Je leest nu...

Buitenschilderwerk

Schilderen, verven of beitsen van hout

hout1

Schilderen / verven, lakken of beitsen van hout. Het schilderen van (onbehandeld of nieuw) hout vraagt -voor je dit gaat schilderen- de nodige voorbehandeling. Niet iedere houtsoort is bijvoorbeeld met ammoniak of thinner te reinigen. Voor een mooi, strak, duurzaam en professioneel resultaat en voldoende hechting van de verf op de houten ondergrond moet je het verfsysteem stap voor stap opbouwen. In dit artikel wordt de volgorde van werken en de materiaalkeuze stap voor stap beschreven.

Functie van verf
In het algemeen kun je stellen dat verf de volgende functies heeft:

  • - bescherming en verduurzamen
  • - verfraaiende of esthetische functie

Algemene aandachtspunten bij het schilderen
Je keuze voor een bepaald type verf wordt -los van de verfraaiende en beschermende functie- mede bepaald door:

  1. de ondergrond: de samenstelling en structuur van het materiaal dat je wilt schilderen
  2. moet het verfsysteem afsluiten of juist kunnen ademen (vochtregulatie)
  3. de duurzaamheid van het verfsysteem (binnen- of buitengebruik)
  4. moet de houtnerf zichtbaar blijven (transparant)
  5. wordt het een dekkend systeem (gekleurd)
  6. moet de verf of kleurstelling voldoen aan esthetische eisen (welstandscommissie, contrast e.d.)
  7. ga je voor matte, zijdeglans, halfglans of hoogglansverf (uitstraling en reflectie)
  8. kies je voor een waterverdunbaar of een terpentineverdunbaar product (milieuvriendelijk – milieubelastend)

Schilderen, lakken, beitsen - Zachte houtsoorten
grenen grenen  vuren vuren

De zachte houtsoorten vinden hun bron in snelgroeiende bomen en zijn minder duurzaam; de jaarringen liggen veelal verder uit elkaar.
In de bouw wordt veel gebruik gemaakt van vuren en grenen. Deze houtsoorten laten zich zeer makkelijk verwerken, maar de (buiten)duurzaamheid is minder dan die van hardhout.
Schilderen, lakken, beitsen - Hardhout
merbau merbau meranti meranti

De harde houtsoorten vinden hun bron in trager groeiende bomen, hetgeen de structuur harder, compacter en duurzamer maakt. Het verwerkingsgemak is afhankelijk van de hardheid; de (buiten)duurzaamheid is goed tot zeer goed. Veel in de bouw gebruikte houtsoorten zijn meranti en merbau.

Voorbehandeling van het hout vóór het schilderen
Vóór behandeling mag het hout niet te vochtig zijn om te veel krimp van het hout én latere hechtingsproblemen van de verflaag te voorkomen. Houd hier rekening mee bij de verwerking. Wacht zo mogelijk op een periode van droog weer bij een lage luchtvochtigheid, ook al is dit in Nederland vaak lastig. Houten staanders en kozijnen die grenzen aan een muurkant eerst aan die muurkant behandelen met een loodvrije menie (veelal oranje van kleur). Met de loodvrije menie sluit je het hout af van de poreuze -en vochtabsorberende- muren, waardoor je houtrot vanaf de muurzijde voorkomt.
Voor alle houtsoorten geldt dat deze eerst goed ontvet en geschuurd moeten worden alvorens deze te schilderen, beitsen of lakken. Bij de zachte houtsoorten kan dit met water en een milieu-vriendelijk reinigingsmiddel voor hout of ammoniak, dat in de bouwmarkt of speciaalzaak te koop is. Er zijn echter houtsoorten die om een speciale behandeling vragen, omdat inhoudsstoffen kunnen opweken, de droging van de verf kan vertragen en / of hechtingsproblemen kunnen geven. Voor de volgende houtsoorten geldt:

  • hardhout: niet met water ontvetten (alternatief = thinner)
  • afzelia: niet met thinner reinigen, maar met een rinser of ammoniak
  • eiken: niet met ammoniak reinigen als een transparante afwerking gewenst is.

Werkwijze schilderen van nieuwe deuren en kozijnen en houtwerk buitenshuis
Dekkend verfsysteem – Verf – Lak – Dekkende beits
Kijk onder aan het artikel voor een overzicht van de beschreven materialen en hulpmiddelen en extra tips bij de verwerking of het gebruik van deze materialen.

  1. Reinigen / ontvetten van de ondergrond met water en ammoniak, rinser, thinner of specifiek reinigingsmiddel. Houd rekening met de houtsoort en de eigenschappen zoals boven beschreven.
  2. Schuren van de ondergrond. Gebruik -afhankelijk van de grofte van het hout- schuurkorrel 80, 100, 120 of 180 voor het buitenwerk. Schuur in de lengterichting van het hout. Plaats de vingers tussen het schuurpapier en eventuele beglazing of andere kwetsbare ondergronden, om krassen te voorkomen. Neem schuurpapier van een goede kwaliteit; deze slijt minder snel en geeft minder krassen in de ondergrond.
  3. Afstoffen van de ondergrond. Gebruik een (schilders)stoffertje met zachte, lange haren om beschadiging te voorkomen.
  4. Eerste laag grondverf opzetten. Om een betere dekking te krijgen kun je de grondverf vast laten mengen in de definitieve / eindkleur. Neem anders een witte grondverf voor lichte kleuren en een grijze grondverf voor donkere kleuren. De eerste laag grondverf mag je ongeveer 10% verdunnen met terpentine, zodat de verf dieper in het hout dringt. Breng de verf vol op met een goede, soepele varkensharen kwast en verdeel de verf goed en gelijkmatig. Bij de laatste handeling strijk je de verf door van boven naar beneden en van beneden naar boven (staander) of van links naar rechts en van rechts naar links (liggend werk) zonder veel druk uit te oefenen op de kwast. Werk niet langer dan noodzakelijk in de verf, dan vloeit deze het mooist door.
  5. Na voldoende droging kan de ondergrond geschuurd worden in de lengterichting van het hout. Zeker na de eerste keer van het gronden van nieuw hout zal de houtvezel voelbaar opkomen. Schuur met een schuurblokje of met de hand, maar houd dan je vingers goed tegen elkaar, zodat je de ondergrond in z’n geheel én vlak schuurt. Wrijf tussentijds met de vingers over het oppervlak en voel of de opstaande houtvezels en andere oneffenheden zijn weggeschuurd. Hoe vlakker de ondergrond, hoe beter en mooier het eindresultaat. Op een gladde ondergrond hecht aanzienlijk minder vuil.
  6. Wederom goed afstoffen, waarna eventueel geplamuurd kan worden. Grove oneffenheden vul je met een twee-componenten-plamuur of een houtrotvuller. Kleinere oneffenheden met een goede lakplamuur (is in feite een dikke verf). Beide producten breng je aan met schone plamuurmessen van een geschikte breedte (niet te smal, maar ook niet breder dan het te plamuren oppervlak) zonder bramen. Bramen of oneffenheden op je plamuurmes zorgen voor krassen in je werk. Werk spaarzaam met plamuur als je onvoldoende op de hoogte bent van de conditie van het hout. De plamuur sluit de ondergrond af en sluit eventueel vocht in. Bij goed en regelmatig onderhoud en een voldoende droge ondergrond hoeft dit geen probleem te zijn, mits je dit kunt beoordelen.
  7. Nadat de plamuur voldoende gedroogd is, schuur je de plamuur en verwijdert het schuurstof zorgvuldig. Voel tijdens het schuren met je vingertoppen om te voelen of de ondergrond glad is en je geen scharen (randen) plamuur vergeten bent.
  8. De beste opbouw van het verfsysteem krijg je als je nu het geheel nog een keer overgrond, zodat de ondergrond -voor je aan de eindafwerking begint- goed verzadigd is en ‘body’ heeft.
  9. Schuur de ondergrond nu weer licht en maak stofvrij. Vervolgens kit je de verstekken (overgang tussen het staande en het liggende hout), de overgang van het hout naar het glas (afdichten) en overige kieren en naden. De naden tussen het houtwerk en de muurkanten kit je niet, zodat het steenachtig materiaal voldoende kan ventileren (vocht afgeven). Dit is geen bezwaar, want die zijde van het hout heb je al voorbewerkt met loodvrije-menie. Laat de kit voldoende lang drogen, zo niet, dan kunnen er op de gekitte delen -na aanbrengen van de eerste aflaklaag- barstjes ontstaan en / of de verf hecht onvoldoende.
  10. Aanbrengen van de voorlak. De eerste afwerklaag in de eindkleur zet je vol en regelmatig op, als bij het aanbrengen van de grondverf beschreven. Werk ook nu weer vlot en strijk niet langer dan nodig in de natte verflaag, zodat deze de kans krijgt mooi door te vloeien tijdens de droging. Een eventuele onregelmatigheid die je tegenkomt kun je in dit stadium beter laten zitten en na droging alsnog verwijderen of herstellen. Strijk je namelijk met je kwast in de reeds aangedroogde verflaag, dan vloeit deze niet meer, met als gevolg strepen of lelijke ‘kwastplekken’. (druipers wel verwijderen, of later voorzichtig met een plamuurmes wegsteken)
  11. Laat de voorlak voldoende drogen. Vóór het aanbrengen van de eindlaag wederom licht schuren. Houd hierbij rekening met hetgeen bij het schuurpapier beschreven is. Kleine onregelmatigheden kun je eventueel nog herstellen, maar wees hier voorzichtig mee, omdat de voorlaklaag nog erg vers is.
  12. Afhankelijk van de omstandigheden duurt het tot enkele weken voor de verf goed doorgedroogd is. Gedurende deze tijd is de verf dus nog kwetsbaar. Houd hier rekening mee met ramen lappen, onderhoud en dergelijke.
  13. Goede verf heeft een buitenduurzaamheid van 4 tot 6 jaar, afhankelijk van de (weers)omstandigheden, de ondergrond en de wijze waarop het verfsysteem is aangebracht. Controleer de kwaliteit van je schilderwerk daarom regelmatig, bijvoorbeeld iedere keer als je de ramen lapt. Wacht met een onderhoudsbeurt niet tot zich gebreken gaan vertonen, maar probeer dit voor te zijn. Heeft een verflaag -na voldoende doordrogen- de glans grotendeels verloren, of geeft deze onder wrijven met natte vingers over het oppervlak af (verpoederen),…….dan is dit een aardige indicatie om de kwast opnieuw ter hand te nemen voor een onderhoudsbeurt. Zie Schilderen van de woning – Doe het zelf hoe je dit het beste kunt doen.

Werkwijze schilderen van nieuwe deuren en kozijnen en houtwerk buitenshuis

Transparant verfsysteem – Beits

  1. Afwerking met een transparante beits maakt dat de houtstructuur / jaarringen zichtbaar blijven of geaccentueerd worden, hetgeen ook de bedoeling is. Bedenk bij je keuze wat voor eindresultaat je voor ogen hebt. Je kunt een donkere houtsoort niet licht maken (zie afbeelding meranti t.o.v. grenen), maar een lichte houtsoort wel donker (zie afbeelding grenen t.o.v. meranti). Koop bij twijfel desnoods een klein potje van een (terpentineverdunbare) binnenkwaliteit. Hiermee kun je op een veilige plek een “proefstukje” opzetten om te beoordelen of je het gewenste resultaat krijgt. Het eindresultaat is altijd afhankelijk van het aantal lagen dat je opbrengt, in combinatie met de ‘kleur’ van de beits en de kleur en structuur van de ondergrond . (het hout)
  2. In grote lijnen kun je de wijze van werken aanhouden zoals in het ‘dekkend verfsysteem’ beschreven. Ga ook bij een transparant verfsysteem met beits uit van minimaal 3, maar liefst 4 lagen, waarbij je tussen iedere laag schuurt.

Speciale aandachtspunten bij verwerken van een transparante beits ten opzichte van een dekkend verfsysteem zijn:

  1. Let speciaal bij hardhout op het juiste reinigings- / ontvettingsmiddel
  2. Gebruik fijner schuurpapier dan in een dekkend systeem. Omdat de beits transparant is zul je eerder schuurkrassen blijven zien. Om deze reden is het bij een transparant systeem extra belangrijk om in de lengterichting van het hout te schuren (met de nerf mee).
  3. Plamuren kun je in een transparant systeem niet met lakplamuur doen, omdat dit blijft doorschijnen door de eindlaag (vlekken). Beter is het een houtplamuur in kleur te gebruiken, al dan niet aangemengd met schuurstof van het hout zelf. Houtplamuur is vaak wel poreuzer zodat een extra laag beits op de ‘geplamuurde’ plekken wenselijk kan zijn.
  4. Voor het afkitten van verstekken en glaskanten gebruik je -afhankelijk van de ‘kleur’- een bruine kit; deze valt minder op, waardoor het geheel mooier afwerkt.
  5. Een transparante beits heeft een minder goede buitenduurzaamheid dan een dekkend systeem. Dit is zomaar 2 á 3 jaar korter. Dit komt omdat er minder inhouds- en beschermende stoffen aan een transparante beits kunnen worden toegevoegd. Door een te grote toevoeging van deze stoffen zou de beits niet meer transparant kunnen zijn.
  6. Stel je dus in op regelmatiger onderhoud na toepassing van een transparante beits.

Keuze van de verf en het verfsysteem bij het schilderen
zon
zon

Los van de keuze van het verfsysteem is het altijd raadzaam rekening te houden met de ligging van het te schilderen object ten opzichte van de zon. Wordt een wit oppervlak onder invloed van de zon bijvoorbeeld 60 graden warm; bij een donker oppervlak zal de temperatuur dan al snel 90 graden zijn. Het kan verstandig zijn hier bij de kleurkeuze rekening mee te houden. Donkere kleuren zijn dan ook minder duurzaam.
Bij twijfel aan de ondergrond -met name de vochtigheid van het hout- kun je het beste een transparante of dekkende beits of een éénpotssysteem kiezen. Een éénpotssysteem is grond- en aflak ineen en kun je in feite met beits vergelijken. De beits is vochtregulerend (vocht kan er wel uit, maar niet in) en kan in principe direct op het kale hout worden aangebracht. In de praktijk blijkt dat het voorbewerken met een grondverf een beter resultaat en betere dekking geeft; ook al hoeft dit in principe niet. De glansgraad loopt van eiglans tot halfglans. Bij een goede kwaliteit (éénpots)verf of beits moet je rekenen op een buitenduurzaamheid van 4 tot 6 jaar, afhankelijk van de omstandigheden.
Gaat het om een droge en goede ondergrond, dan kan de keuze vallen op een dekkende hoogglanslak. Een hoogglanslak of verf (is hetzelfde) heeft een mooie bolle glans, vloeit tijdens het drogingsproces langer door en geeft een langere bescherming en heeft dus een grotere buitenduurzaamheid. Reken -afhankelijk van de omstandigheden- op een bescherming van 5 á 8 jaar.
Hoogglanslak heeft een volle, bolle glans, is wel wat lastiger (zwaarder) te verwerken dan een halfglans. Onregelmatigheden in de ondergrond vallen met een hoogglans wat meer op, omdat een hoogglans het opvallend licht minder absorbeert dan een half- of zijdeglans verf.

Keuze van de kleur van de verf

Kies je kleur uit de volgende kleurenwaaiers on-line:
Kleurenwaaier RAL
Kleurenwaaier NCS

Houd er wel rekening mee dat deze kleuren slechts een indicatie zijn en afwijken van de daadwerkelijke kleur van de verf van je keuze. Drukwerk (van kleurenwaaiers) of de weergave op je computerscherm van kleuren, geven een andere kleuring dan toevoeging van pigmenten in verf.
-
Hoe kan je het beste schilderen - volgorde van werken
Over het algemeen volg je de volgende manier van werken, maar volg dit niet te eng. Het is mede afhankelijk van het gemak van werken en je positie ten opzichte van je werk.

  • Bij staanders, stijlen en kozijnen begin je aan de binnenzijde met de bovenste horizontale delen en verdeelt de verf vol en gelijkmatig over het gehele oppervlak – van links naar rechts- en strijkt het geheel uiteindelijk door, ook van links naar rechts en van rechts naar links in een rechte vloeiende beweging, zonder de kwast van de ondergrond te halen. Bij verticale stijlen ga je op eenzelfde wijze te werk, maar dan van boven naar beneden in plaats van links naar rechts (of rechts naar links). Laat de onderste horizontale stijl nog even onbehandeld. Staat de binnenzijde zoals beschreven in de verf, dan schilder je het zichtwerk (waar je recht voor je werk staand tegenaan kijkt) op eenzelfde manier als voor de binnenzijde beschreven. Het liggend werk, oftewel de onderste horizontale delen schilder je als laatste, maar dan eerst dat waar je tegenaan kijkt en vervolgens het liggende werk. Ingeval van naar buiten toe openslaande deuren en ramen, behoort alles waar je tegenaan kijkt tot het buitenwerk. Maar…….vergeet ook de boven- en onderkant niet.
  • Bij grote vlakke oppervlaktes schilder je eerst de kopse kanten (randen rondom), vervolgens de uitersten zijden van het oppervlak, welke je vervolgens invult. Bij het invullen van een groot vlak zet je een aantal strepen met de kwast vol in de verf -met een tussenruimte van ongeveer 15 cm.- verticaal naast elkaar. Deze strepen verf haal je horizontaal door, waarbij je probeert de verf over het gehele vlak te verdelen. Breng wat extra verf aan als je in eerste instantie te zuinig bent geweest. Streef nog geen volledige dekking na, als je de verf maar zo goed mogelijk verdeelt. Tot slot strijk je het gehele vlak luchtig en soepel met de kwast door, van boven naar onder en van onder naar boven. Dit vervolg je van links naar rechts, waarbij je steeds een vorige doorgestreken baan een weinig overlapt.
  • Bij deuren schilder je eerst de verzonken vlakken, delen en / of profielen zoals bij de vlakken omschreven. Stap twee is het schilderen van de horizontale delen inclusief de boven- en onderrand van de deur waar je mee begint. Bij stap drie schilder je eerst de randen waar je bij openzwaaien tegenaan kijkt en vervolgt met de verticale oppervlaktedelen. Schilder hierbij als laatst de zijde van de deurkruk, omdat je hier de deur nog het makkelijkste kunt aanpakken.
  • Voor de wat grotere oppervlaktes geldt dat je deze ook kunt narollen met een lakrollertje. De volgorde van werken is hierbij gelijk aan de wijze van werken met de kwast; je voegt alleen een handeling toe. Oefen zo min mogelijk druk op het rollertje uit om banen in je werk te voorkomen.

Volgorde van schilderen van deuren
Klik op de foto voor meer detail

  1. Start met de zwart gemarkeerde kruisroeden. Met de overgang naar de bovenste stijl en naar het onderste vlak wacht je nog even om te veel aandrogen van de verf te voorkomen
  2. Schilder nu eerst de lichtgeel gemarkeerde, dieper liggende delen. Gebruik in de uiterste hoeken niet te veel verf, omdat anders druipers ontstaan
  3. Vervolgens de felgeel gemarkeerde delen, waarbij als eerste de overgang naar het glas geschilderd wordt. Vergeet de onderzijde van de deur (als laatste) niet
  4. Nu het horizontaal blauw gemarkeerde deel, waarbij je nadat je de bovenzijde van de deur hebt geschilderd, eerst de overgang naar het glas schildert en daarna de stijl
  5. De rechter verticale, rood gemarkeerde stijl, waarbij je eerst de aanzet naar het glas schildert. Zie dit in het voorbeeld als de scharnierkant van de deur. De scharnieren zelf vallen mooier weg als je deze in de kleur van het kozijn schildert
  6. De kopse kant = slotkant links van de deur. Dit is de zijde van de deur waar je tegenaan kijkt als de deur open staat
  7. Als laatste de linker groen gemarkeerde stijl (zie ook punt 5). Het kan raadzaam zijn het deurbeslag te verwijderen of af te plakken, zodat je vlot kunt doorwerken

Attentie: het is belangrijk zowel de bovenzijde (opvallend vocht) als de onderzijde (optrekkend vocht) te schilderen voor een goede en duurzame bescherming van de deur. Zorg er wel voor dat ook deze zijden op voorhand goed gereinigd en stofvrij zijn gemaakt, zodat je kwasten en de verf schoon blijven.
Tips gedurende de uitvoering van het schilderwerk

  • Probeer allereerst het schilderwerk te plannen in een periode dat je voldoende tijd hebt en de weersverwachtingen redelijk zijn.
  • Vermijd het schilderen in de volle (middag)zon; de verf droogt dan te snel aan en er kunnen blaasjes ontstaan. Tevens bestaat het risico dat de verf dan te veel wordt afgedund met terpentine om de verf soepel en te verwerken te houden.
  • Als je de kwasten een dag niet gebruikt, zet je deze in een jampotje met leidingwater. Vóór je de kwast weer gaat gebruiken, zwaai je het water eruit, draait de kwast een paar keer door de verf, strijkt de kwast af aan de rand van het verfblik of strijkvaatje en de kwast is weer gebruiksklaar.
  • Lakrollertjes die je even niet nodig hebt rol je in een plastic boterhamzakje en legt deze in de diepvries. (geldt niet voor waterverdunbare verf) De roller wel weer tijdig uit de diepvries halen, zodat de kou er van af is vóór je deze weer gaat gebruiken.
  • Op verf die je een nacht laat overstaan in het strijkvaatje giet je een klein beetje terpentine. Dit voorkomt voor enige tijd velvorming op het oppervlak van je verf.
  • Bewaar velletjes schuurpapier die je voor en na de verschillende schilderbeurten (van gronden tot aflakken) hebt gebruikt. Deze zijn inmiddels door het gebruik botter geworden en kun je later voor het fijnere schuurwerk gebruiken.
  • Kleven deuren en ramen nog licht, maar moet je deze sluiten ? Knijp een in water gedrenkte spons uit boven in het kozijn of de sponning zonder te wrijven. Door een dun laagje water op het oppervlak kleven deuren en ramen minder snel aan.

Bronnen en/of referenties:

Mobiele Verf Service

Discussie

Geen reacties op “Schilderen, verven of beitsen van hout”

Post a comment

Nieuwe artikelen

Muurverven – Soorten en Kwaliteiten
13 november 2011
Bewaren van Rollers en Kwasten
4 oktober 2011
Muren en plafonds schilderen
12 augustus 2011
Glasweefselbehang plakken Antwoord op uw vragen
20 juni 2011
Schilderen Welke Kwast of Roller gebruiken
9 juni 2011