Schilderen, verven of beitsen van hout

Schilderen, lakken of beitsen van hout
Schilderen van nieuw of onbehandeld hout
Schilderen, verven, lakken of beitsen van hout

Het schilderen van onbehandeld of nieuw hout vraagt -voor u dit gaat schilderen- de nodige voorbehandeling. Niet iedere houtsoort is bijvoorbeeld met ammoniak of thinner te reinigen. Voor een mooi, strak, duurzaam en professioneel resultaat en voldoende hechting van de verf op de houten ondergrond is het raadzaam een verfsysteem stap voor stap op te bouwen. In dit artikel wordt de volgorde van werken en de materiaalkeuze stap voor stap beschreven.

Functie van verf

In het algemeen kan gesteld worden dat verf de volgende functies heeft:

  • Bescherming en verduurzamen.
  • Verfraaiende of esthetische functie.

Algemene aandachtspunten bij het schilderen
De keuze voor een bepaald type verf wordt -los van de verfraaiende en beschermende functie- mede bepaald door:

  • De ondergrond: de samenstelling en structuur van het te schilderen materiaal.
  • Moet het verfsysteem afsluiten of juist kunnen ademen (vochtregulatie)
  • De duurzaamheid van het verfsysteem (binnen- of buitengebruik) en het gebruiksdoel.
  • Moet de houtnerf zichtbaar blijven (transparant)
  • Wordt het een dekkend verfsysteem (gekleurd)
  • Moet de verf of kleurstelling voldoen aan esthetische eisen (welstandscommissie, contrast e.d.)
  • Is het uitgangspunt een matte, zijdeglans, halfglans of hoogglans verf (vochtregulatie, vuilaanhechting, uitstraling en reflectie)
  • Kiest u voor een waterverdunbaar of een terpentineverdunbaar product (milieuvriendelijk – milieubelastend)
Schilderen, lakken, beitsen – Zachte houtsoorten

De zachte -onder andere grenen en vuren- houtsoorten vinden hun bron in snelgroeiende bomen en zijn minder duurzaam; de jaarringen liggen veelal verder uit elkaar.
In de bouw wordt veel gebruik gemaakt van vuren en grenen. Deze houtsoorten laten zich zeer makkelijk verwerken, maar de (buiten)duurzaamheid is minder dan die van hardhout.

Schilderen, lakken, beitsen – Hardhout

De harde houtsoorten -onder andere merbau en meranti- vinden hun bron in trager groeiende bomen, hetgeen de structuur harder, compacter en duurzamer maakt. Het verwerkingsgemak is afhankelijk van de hardheid; de (buiten)duurzaamheid is goed tot zeer goed. Veel in de bouw gebruikte houtsoorten zijn meranti en merbau.

Voorbehandeling van het hout vóór het schilderen

Vóór behandeling mag het hout niet te vochtig zijn om te veel krimp van het hout én latere hechtingsproblemen van de verflaag te voorkomen. Houd hier rekening mee bij de verwerking. Wacht zo mogelijk op een periode van droog weer bij een lage lucht-vochtigheid, ook al is dit in Nederland vaak lastig. Houten staanders en kozijnen die grenzen aan een muurkant eerst aan die muurkant behandelen met een loodvrije menie (veelal oranje van kleur). Met de loodvrije menie sluit u het hout af van de poreuze -en vocht-absorberende- muren, waardoor houtrot vanaf de muurzijde voorkomen of vertraagd wordt.

Voor alle houtsoorten geldt dat deze eerst goed ontvet en geschuurd moeten worden alvorens deze te schilderen, beitsen of lakken. Bij de zachte houtsoorten kan dit met water en een milieu-vriendelijk reinigingsmiddel voor hout of ammoniak, dat in de bouwmarkt of speciaalzaak te koop is. Er zijn echter houtsoorten die om een speciale behandeling vragen, omdat inhoudsstoffen kunnen opweken, de droging van de verf kan vertragen en of hechtingsproblemen kunnen geven. Voor de volgende houtsoorten geldt:

Hardhout
Niet met water ontvetten (alternatief = thinner)
Afzelia
Niet met thinner reinigen, maar met een rinser of ammoniak.
Eiken
Niet met ammoniak reinigen als een transparante afwerking gewenst is.

Werkwijze schilderen van nieuwe deuren en kozijnen en houtwerk buitenshuis

Dekkend verfsysteem – Verf – Lak – Dekkende beits
Kijk onder aan het artikel voor een overzicht van de beschreven materialen en hulpmiddelen en extra tips bij de verwerking of het gebruik van deze materialen.

  1. Reinigen/ontvetten van de ondergrond met water en ammoniak, rinser, thinner of specifiek reinigingsmiddel. Houd rekening met de houtsoort en de eigenschappen zoals boven beschreven.
  2. Schuren van de ondergrond. Gebruik -afhankelijk van de grofte van het hout- schuurkorrel 80, 100, 120 of 180 voor het buitenwerk. Schuur in de lengterichting van het hout. Plaats de vingers tussen het schuurpapier en eventuele beglazing of andere kwetsbare ondergronden, om krassen te voorkomen. Neem schuurpapier van een goede kwaliteit; deze slijt minder snel en geeft minder krassen in de ondergrond.
  3. Afstoffen van de ondergrond. Gebruik een (schilders)stoffertje met zachte, lange haren om beschadiging te voorkomen.
  4. Eerste laag grondverf opzetten. Om een betere dekking te krijgen kunt u de grondverf vast laten mengen in de definitieve / eindkleur. Neem anders een witte grondverf voor lichte kleuren en een grijze grondverf voor donkere kleuren. De eerste laag grondverf mag ongeveer maximaal 10% verdund worden met terpentine, zodat de verf dieper in het hout dringt. Breng de verf vol op met een goede, soepele varkensharen kwast en verdeel de verf goed en gelijkmatig. Bij de laatste handeling strijkt u de verf door van boven naar beneden en van beneden naar boven (staander) of van links naar rechts en van rechts naar links (liggend werk) zonder veel druk uit te oefenen op de kwast. Werk niet langer dan noodzakelijk in de verf, dan vloeit deze het mooist door.
  5. Na voldoende droging kan de ondergrond geschuurd worden in de lengterichting van het hout. Zeker na de eerste keer van het gronden van nieuw hout zal de houtvezel voelbaar opkomen. Schuur met een schuurblokje of met de hand, maar houd dan de vingers goed tegen elkaar, zodat u de ondergrond in z’n geheel én vlak schuurt. Wrijf tussentijds met de vingers over het oppervlak en voel of de opstaande houtvezels en andere oneffenheden zijn weggeschuurd. Hoe vlakker de ondergrond, hoe beter en mooier het eindresultaat. Op een gladde ondergrond hecht aanzienlijk minder vuil dan op een ruwe ondergrond.
  6. Wederom goed afstoffen, waarna eventueel geplamuurd kan worden. Grove oneffenheden vullen met een twee-componenten-plamuur of een houtrotvuller. Kleinere oneffenheden met een goede lakplamuur (is in feite een dikke verf). Beide producten brengt u aan met schone plamuurmessen van een geschikte breedte zonder bramen (niet te smal, maar ook niet veel breder dan het te plamuren oppervlak). Bramen of oneffenheden op het plamuurmes zorgen voor krassen in het plamuurwerk. Werk spaarzaam met plamuur als u onvoldoende op de hoogte bent van de conditie van het hout. De plamuur sluit de ondergrond af en sluit eventueel vocht in. Bij goed en regelmatig onderhoud en een voldoende droge ondergrond hoeft dit geen probleem te zijn, mits dit is te beoordelen.
  7. Nadat de plamuur voldoende gedroogd is, schuurt u de plamuur en verwijdert het schuurstof zorgvuldig. Voel tijdens het schuren met de vingertoppen om te voelen of de ondergrond glad is en er geen scharen (randen) plamuur vergeten zijn.
  8. De beste opbouw van het verfsysteem krijgt u als het geheel nog een keer over gegrond wordt, zodat de ondergrond -voor u aan de eindafwerking begint- goed verzadigd is en ‘body’ heeft.
  9. Schuur de ondergrond nu weer licht en maak stofvrij. Kit vervolgens de verstekken (overgang tussen het staande en het liggende hout), de overgang van het hout naar het glas (afdichten) en overige kieren en naden. De naden tussen het houtwerk en de muurkanten worden niet gekit, zodat het steenachtig materiaal voldoende kan ventileren (vocht afgeven). Dit is voor het hout geen bezwaar, want die zijde van het hout is al voorbewerkt met loodvrije-menie. Laat de kit voldoende lang drogen, zo niet, dan kunnen er op de gekitte delen -na aanbrengen van de eerste aflaklaag- barstjes ontstaan en/of de verf hecht onvoldoende.
  10. Aanbrengen van de voorlak. De eerste afwerklaag in de eindkleur zet u vol en regelmatig op, als bij het aanbrengen van de grondverf beschreven. Werk ook nu weer vlot en strijk niet langer dan nodig in de natte verflaag, zodat deze de kans krijgt mooi door te vloeien tijdens de droging. Een eventuele onregelmatigheid die u tegenkomt kunt u in dit stadium beter laten zitten en na droging alsnog verwijderen of herstellen. Strijkt u namelijk met de kwast in de reeds aangedroogde verflaag, dan vloeit deze niet meer, met als gevolg strepen of lelijke ‘kwastplekken’. (druipers wel verwijderen, of later voorzichtig met een plamuurmes wegsteken)
  11. Laat de voorlak voldoende drogen. Vóór het aanbrengen van de eindlaag / de afwerklaag verf  wederom licht schuren. Houd hierbij rekening met hetgeen bij het schuurpapier beschreven is. Kleine onregelmatigheden kunt u eventueel nog herstellen, maar wees hier voorzichtig mee, omdat de voorlaklaag nog erg vers en kwetsbaar is.
  12. Afhankelijk van de omstandigheden duurt het tot enkele weken voor de verf goed doorgedroogd is. Gedurende deze tijd is de verf dus nog kwetsbaar. Houd hier rekening mee met ramen lappen, onderhoud en dergelijke.
  13. Goede verf heeft een buitenduurzaamheid van 6 tot 8 jaar, afhankelijk van de (weers)omstandigheden, de ondergrond en de wijze waarop het verfsysteem is aangebracht. Controleer de kwaliteit van het schilderwerk daarom regelmatig, bijvoorbeeld iedere keer als u de ramen lapt. Wacht met een onderhoudsbeurt / het opnieuw schilderen niet tot zich gebreken gaan vertonen, maar probeer dit voor te zijn. Heeft een verflaag -na voldoende doordrogen- de glans grotendeels verloren, of geeft deze onder wrijven met natte vingers over het oppervlak af (verpoederen),..dan is dit een aardige indicatie om de kwast opnieuw ter hand te nemen voor een onderhoudsbeurt. Zie ook:
    Schilderen van de woning – Doe het zelf – Buitenschilderwerk
Werkwijze schilderen van nieuwe deuren en kozijnen en houtwerk buitenshuis

Transparant verfsysteem – Transparante Lak of Beits

  1. Afwerking met een transparante lak of beits maakt dat de houtstructuur en de jaarringen zichtbaar blijven of geaccentueerd worden, hetgeen ook de bedoeling is. Bedenk bij de keuze wat voor eindresultaat u voor ogen heeft. Een donkere houtsoort is niet licht te maken (zie afbeelding meranti t.o.v. grenen), maar een lichte houtsoort wel donker (zie afbeelding grenen t.o.v. meranti). Koop bij twijfel desnoods een klein potje van een (terpentineverdunbare) binnenkwaliteit. Hiermee kunt u op een veilige plek een “proefstukje” opzetten om te beoordelen of dit het gewenste resultaat geeft. Het eindresultaat is altijd afhankelijk van het aantal lagen dat u opbrengt, in combinatie met de ‘kleur’ van de lak of beits en de kleur en structuur van de ondergrond . (het hout)
  2. In grote lijnen kunt u de wijze van werken aanhouden zoals in het ‘dekkend verfsysteem’ beschreven. Ga ook bij een transparant verfsysteem met lak of beits uit van minimaal 3, maar liefst 4 lagen, waarbij u tussen iedere laag schuurt.
Speciale aandachtspunten bij verwerken van een transparante beits ten opzichte van een dekkend verfsysteem zijn
  • Let speciaal bij hardhout op het juiste reinigings- / ontvettingsmiddel
  • Gebruik bij een transparant verfsysteem fijner schuurpapier dan in een dekkend verfsysteem. Omdat de lak of beits transparant is zult u eerder schuurkrassen blijven zien. Om deze reden is het bij een transparant systeem extra belangrijk om in de lengterichting van het hout te schuren (met de nerf mee).
  • Plamuren kan in een transparant systeem niet met lakplamuur, omdat dit blijft doorschijnen door de eindlaag (vlekken). Beter is het een houtplamuur of houtrotvuller in kleur te gebruiken, al dan niet aangemengd met schuurstof van het hout zelf. Houtplamuur is vaak wel poreuzer zodat een extra laag beits op de ‘geplamuurde’ plekken wenselijk kan zijn.
  • Voor het afkitten van verstekken en glaskanten gebruikt u  -afhankelijk van de ‘kleur’- een bruine kit; deze valt minder op, waardoor het geheel mooier afwerkt.
  • Een transparante lak of beits heeft een minder goede buitenduurzaamheid dan een dekkend verfsysteem. Dit is zomaar 2 á 3 jaar korter. Dit komt omdat er minder inhouds- en beschermende stoffen aan een transparante lak of beits kunnen worden toegevoegd. Door een te grote toevoeging van deze stoffen zou de lak of beits niet meer transparant kunnen zijn.
  • Regelmatiger onderhoud na toepassing van een transparante lak of beits zal noodzakelijk zijn.
Keuze van de verf en het verfsysteem bij het schilderen

Los van de keuze van het verfsysteem is het altijd raadzaam rekening te houden met de ligging van het te schilderen object ten opzichte van de zon. Wordt een wit oppervlak onder invloed van de zon bijvoorbeeld 60 graden warm; bij een donker oppervlak zal de temperatuur dan al snel 90 graden zijn. Het kan verstandig zijn hier bij de kleurkeuze rekening mee te houden. Donkere kleuren zijn dan ook minder duurzaam.

Vochtig hout
Bij twijfel aan de ondergrond -met name de vochtigheid van het hout- kunt u het beste een transparante of dekkende beits of een éénpotssysteem kiezen. Een éénpotssysteem is grond- en aflak ineen en kunt u in feite met beits vergelijken. De beits is vochtregulerend (vocht kan er wel uit, maar niet in) en kan in principe direct op het kale hout worden aangebracht. In de praktijk blijkt dat het voorbewerken met een grondverf een beter resultaat en betere dekking geeft; ook al hoeft dit in principe niet. De glansgraad loopt van eiglans tot halfglans.

Duurzaamheid verf
Bij een goede kwaliteit (éénpots)verf of beits moet u rekenen op een buitenduurzaamheid van 4 tot 6 jaar, afhankelijk van de omstandigheden.
Gaat het om een droge en goede ondergrond, dan kan de keuze vallen op een dekkende hoogglanslak. Een hoogglanslak of hoogglans verf (is hetzelfde) heeft een mooie bolle glans, vloeit tijdens het drogingsproces langer door en geeft een langere bescherming en heeft dus een grotere buitenduurzaamheid. Reken -afhankelijk van de omstandigheden- op een bescherming van 6 á 8 jaar.

Hoogglans verf
Een hoogglanslak of -verf heeft een volle, bolle glans, is wel wat lastiger (zwaarder) te verwerken dan een halfglans. Onregelmatigheden in de ondergrond vallen met een hoogglans wat meer op, omdat een hoogglans het opvallend licht minder absorbeert dan een half- of zijdeglans verf.

Keuze van de kleur van de verf

Kies je kleur uit de volgende kleurenwaaiers:
Kleurenwaaier RAL
Kleurenwaaier NCS (O.a. Sigma, Histor, Rambo)
Kleurenwaaiers ACC (O.a. Sikkens, Flexa, Cetabever)

Houd er wel rekening mee dat deze kleuren slechts een indicatie zijn en afwijken van de daadwerkelijke kleur van de verf van je keuze. Drukwerk (van kleurenwaaiers) of de weergave op je computerscherm van kleuren, geven een andere kleuring dan toevoeging van pigmenten in verf.

Hoe kunt u het beste schilderen – volgorde van werken

Over het algemeen volgt u de volgende manier van werken, maar volg dit niet te eng. Het is mede afhankelijk van het gemak van werken en de positie ten opzichte van het werk.

Staanders, stijlen kozijnen
Bij staanders, stijlen en kozijnen begint u aan de binnenzijde met de bovenste horizontale delen en verdeelt de verf vol en gelijkmatig over het gehele oppervlak – van links naar rechts- en strijkt het geheel uiteindelijk door, ook van links naar rechts en van rechts naar links in een rechte vloeiende beweging, zonder de kwast -per beweging- van de ondergrond te halen. Bij verticale stijlen gaat u op eenzelfde wijze te werk, maar dan van boven naar beneden in plaats van links naar rechts (of rechts naar links). Laat de onderste horizontale stijl nog even onbehandeld. Staat de binnenzijde zoals beschreven in de verf, dan schildert u het zichtwerk (waar u recht voor het werk staand tegenaan kijkt) op eenzelfde manier als voor de binnenzijde beschreven. Het liggend werk, oftewel de onderste horizontale delen schildert u als laatste, maar dan eerst dat waar u tegenaan kijkt en vervolgens het liggende werk. Ingeval van naar buiten toe openslaande deuren en ramen, behoort alles waar u in geopende toestand tegenaan kijkt tot het buitenwerk. Maar…vergeet ook de boven- en onderkant niet.

Schilderen grote oppervlakken
Bij grote vlakke oppervlakten schildert u eerst de kopse kanten (randen rondom), vervolgens de uitersten zijden van het oppervlak, welke u vervolgens invult. Bij het invullen van een groot vlak zet u een aantal strepen met de kwast vol in de verf -met een tussen-ruimte van ongeveer 10 á 15 cm.- verticaal naast elkaar. Deze strepen verf haalt u vervolgens horizontaal door, waarbij u probeert de verf over het gehele vlak te verdelen. Breng wat extra verf aan als u in eerste instantie te zuinig bent geweest. Streef nog geen volledige dekking na, als de verf maar zo goed mogelijk verdeelt wordt. Tot slot strijkt u het gehele vlak luchtig en soepel met de kwast door, van boven naar onder en van onder naar boven. Dit vervolgt u van links naar rechts, waarbij steeds een vorige doorgestreken baan een weinig overlapt wordt.

  • Bij deuren, eerst de verzonken vlakken, delen en / of profielen zoals bij de vlakken omschreven schilderen. Stap twee is het schilderen van de horizontale delen inclusief de boven- en onderrand van de deur waar u mee begint. Bij stap drie schildert u eerst de randen waar u bij openzwaaien tegenaan kijkt en vervolgt met de verticale oppervlaktedelen. Schilder hierbij als laatst de zijde van de deurkruk, omdat hier de deur dan nog het aangepakt kan worden .
  • Voor de wat grotere oppervlaktes geldt dat u deze ook kunt narollen met een lakrollertje. De volgorde van werken is hierbij gelijk aan de wijze van werken met de kwast; u voegt alleen een handeling toe. Oefen zo min mogelijk druk op het rollertje uit om banen in het schilderwerkwerk te voorkomen.
Volgorde van schilderen van deuren

  • Start met de zwart gemarkeerde kruisroeden. Met de overgang naar de bovenste stijl en naar het onderste vlak wacht u nog even om te veel aandrogen van de verf te voorkomen.
  • Schilder nu eerst de lichtgeel gemarkeerde, dieper liggende delen. Gebruik in de uiterste hoeken niet te veel verf, omdat anders druipers ontstaan.
  • Vervolgens de felgeel gemarkeerde delen, waarbij als eerste de overgang naar het glas geschilderd wordt. Vergeet de onderzijde van de deur (als laatste) niet. (optrekkend vocht)
  • Nu het horizontaal blauw gemarkeerde deel, waarbij, nadat de bovenzijde van de deur geschilderd is, u eerst de overgang naar het glas schildert en daarna de stijl.
  • De rechter verticale, rood gemarkeerde stijl, waarbij u eerst de aanzet naar het glas schildert. Zie dit in het voorbeeld als de scharnierkant van de deur. De scharnieren zelf vallen mooier weg als u deze in de kleur van het kozijn schildert.
  • De kopse kant = slotkant links van de deur. Dit is de zijde van de deur waar u tegenaan kijkt als de deur open staat (bij een naar buiten uit zwaaiende deur).
  • Als laatste de linker groen gemarkeerde stijl (zie ook punt 5). Het kan raadzaam zijn het deurbeslag te verwijderen of af te plakken, zodat u vlot kunt doorwerken.

Attentie
Het is belangrijk zowel de bovenzijde (opvallend vocht) als de onderzijde (optrekkend vocht) te schilderen voor een goede en duurzame bescherming van de deur. Zorg er wel voor dat ook deze zijden op voorhand goed gereinigd en stofvrij zijn gemaakt, zodat de kwasten en de verf schoon blijven.

Tips gedurende de uitvoering van het schilderwerk
  • Probeer allereerst het schilderwerk te plannen in een periode dat u voldoende tijd heeft en de weersverwachtingen redelijk zijn.
  • Vermijd het schilderen in de volle (middag)zon; de verf droogt dan te snel aan en er kunnen blaasjes ontstaan. Tevens bestaat het risico dat de verf dan te veel wordt afgedund met terpentine om de verf soepel en te verwerken te houden.
  • Als u de kwasten een dag niet gebruikt, zet deze dan in een jampotje met leidingwater. Vóór u de kwast weer gaat gebruiken, zwaai het water uit de kwast, draai de kwast een paar keer door de verf, strijk de kwast af aan de rand van het verfblik of strijkvaatje en de kwast is weer gebruiksklaar.
  • Lakrollertjes die u even niet nodig heeft, rolt u in een plastic boterhamzakje en legt deze in de diepvries. (geldt niet voor waterverdunbare verf) De roller wel weer tijdig uit de diepvries halen, zodat de kou er van af is vóór u deze weer gaat gebruiken.
  • Op verf die u een nacht laat overstaan in het strijkvaatje giet u een klein beetje terpentine. Dit voorkomt voor enige tijd velvorming op het oppervlak van de verf.
  • Bewaar velletjes schuurpapier die  voor en na de verschillende schilderbeurten (van gronden tot aflakken) gebruikt zijn. Deze zijn inmiddels door het gebruik botter geworden en kunt u later voor het fijnere schuurwerk gebruiken.
  • Kleven deuren en ramen nog licht, maar moet deze gesloten worden? Knijp een in water gedrenkte spons uit boven in het kozijn of de sponning zonder te wrijven. Door een dun laagje water op het oppervlak kleven deuren en ramen minder snel aan.

Bron
Mobiele Verf Service

8 gedachten over “Schilderen, verven of beitsen van hout”

  1. Beste Stefan,

    Bij onbehandeld merbau ga je als volgt te werk:
    – ontvetten met thinner
    – opschuren met een fijn korrel (240)
    – afstoffen
    – eerste laag poly-urethaan (slijtvast) lak opbrengen, plusminus 10% verdund met het voorgeschreven oplosmiddel
    – licht naschuren en afstoffen
    – twee á drie lagen aflak aanbrengen.

    Mvg – Sjaak

  2. Hallo,

    Ik wil een Merbau keukenblad een beschermlaag geven. Hoe ga ik dit doen?

    Met vriendelijke groeten,

    Stefan

  3. Beste Ann,

    Ik neem aan dat je nu voor een dekkend verfsysteem kiest.
    Je hebt -behalve reinigen en schuren- twee opties.
    1. kiezen voor een dekkende beits, éénpotssysteem of schakelverf (zijn in principe allen gelijk), zodat je géén grondverf hoeft te gebruiken
    2. aanbrengen van een grondverf en vervolgens afschilderen in dekkend verfsysteem met een verf naar keuze (verdient m.i. de voorkeur).
    Is de ondergrond goed en staan de verstekken en glaskanten goed dicht dan kan je eventueel ook voor een hoogglansverf kiezen. Kies bij twijfel voor een zijdeglans deze is meer vochtregulerend.

    Mvg – Sjaak

  4. Hallo,
    Ik zou graag een lichtere kleur geven aan mijn ramen,grijs,momenteel zijn deze in ebbenhout kleur gebeitst.Is dit mogelijk?En moet alles dan worden afgewreven?
    Mvg
    Ann Minne

  5. Beste Hub,

    Het is me niet duidelijk of u de leuning dekkend of transparant wilt gaan afwerken?

    Reinig de leuning met thinner of een rinser, breng een enigszins verdunde eerste (grond) laag aan met een grondverf, beits of lak.
    Werk af met twee á drie lagen van het gekozen product.
    Werk bij voorkeur met slijtvaste / polyurethaan verven.

    Een trapleuning zal -door aanpakken en huidvet- uiteindelijk altijd gaan glimmen. Mijn advies zou dan ook zijn om direct een hoogglans te gebruiken.

    Mvg – Sjaak

  6. Beste Marcel,

    In neem aan dat je Merbau bedoelt?
    Merbau kan onder invloed van vocht doorbloeden. Dit wil zeggen dat er bonte / roestbruine vlekken kunnen ontstaan bij onvoldoende voorbehandeling of matig onderhoud. Het beste is de oude laag te verwijderen, de ondergrond te reinigen met thinner, te schuren, en vervolgens het verfsysteem opnieuw op te bouwen.
    Afhankelijk van de afwerking transparant/dekkend, licht/donker, kan het raadzaam zijn de openstaande verbindingen en verstekken eerst te vullen met een twee-componenten-plamuur of houtrotvuller.
    De afwerking bij voorkeur met een transparante of dekkende beits (is vochtregulerend), daar de kans groot is dat het (kern)hout te vochtig is ten gevolge van matig onderhoud. Zou je een lak of hoogglans gebruiken, dan sluiten deze producten de ondergrond te zeer af, waardoor later onthechting/blazen van de verf kan ontstaan.

    Mvg – Sjaak

  7. hallo ik heb een vraag.mobau hout zo als kozijnen. die niet meer zijn onder houden.die ze nu willen opknapen en lakken weer wat kunnen zij daar voor gebruiken,zo als welke lak soort en moet dit hout voor behandeld.pawel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *