Behangen en schilderen: tips en informatie van A tot Z

Tips en informatie bij behangen en schilderen, op alfabet gerangschikt

De Nederlandse taal kent vele woorden, die direct of indirect betrekking kunnen hebben op verf, kleur, kleurgebruik, schilderen en behangen. Onderstaand vind je vele woorden én verklaringen of aanvullingen uit de Nederlandse taal, met een ‘link’ naar artikelen waarin je vele tips en informatie vindt over: schilderen, behangen, de verfproducten, gereedschappen en meer.

Behangen en schilderen: tips, verklaringen en informatie

Bij de meeste woorden vind je tips en verklaringen uit de praktijk, zonder al te zeer te vervallen in technische termen. Voor zover er al een artikel geschreven is over het betreffende schilder of behangonderwerp, of indien er sterke overeenkomsten bestaan, vind je een directe link naar dat artikel. Dit betekent dan ook dat je soms dezelfde verwijzing naar een bepaald artikel kunt vinden bij verschillende woorden uit het alfabet. Mochten er woorden ontbreken, of aanvullingen gewenst zijn, dan hoor ik dat graag.

Het behang en schilder alfabet van A tot Z

Aanbrengen
Het aanbrengen: oftewel applicatie met kwast of roller. Er zijn verschillende kwasten en rollers in de handel, specifiek voor het aanbrengen van waterverdunbare of terpentine verdunbare verven. Voor twee-componenten en speciale verven de hiervoor bestemde kwasten en rollers gebruiken.
Aankleven
Aanhangen: vooral stof en pluisjes e.d. gedurende de periode van aandrogen van de verf. Verwijder pluisjes en stof bij voorkeur na droging van de verf om de verflaag zo min mogelijk te beschadigen. Eventueel is nadien een nieuwe deklaag nodig.
Aanlengen 
Verdunnen: houd altijd de door de verffabrikant voorgeschreven verdunning aan. Meest voorkomende verdunningsmiddelen zijn water (latex en acrylverf) en terpentine (alkydharsverf). Thinner, alcohol of overige verdunners komen voor (speciale) verven minder voor.
Aanmaak
Vervaardiging: vooral van belang bij het kopen van behang. Kijk bij aankoop op het etiket of het aanmaak- of verfbad nummer van alle rollen gelijk zijn, zodat je geen kleur- of structuurverschil krijgt. Mocht het onverhoopt voorkomen; verwerk dan het behang met eenzelfde nummer per muur, dan zal het niet opvallen.
Aanmengen 
Iets droogs met iets vloeibaars vermengen: ingeval van verf het aanmengen van de verf met kleurpigmenten en zwart of/en wit om een andere kleur te verkrijgen.
Aanmeten 
De maat nemen voor: zowel voor verf als behang belangrijk om de benodigde hoeveelheid materiaal te weten. Zie de artikelen Behang en Schildertermen verklaard.
Aanpak 
Het aanpakken: maak vóór je begint een plan van aanpak en zorg dat de materialen en gereedschappen die je nodig denkt te hebben in huis zijn. Zie voor een overzicht van gereedschappen en hulpgereedschappen: Behangen-Gereedschap en onder aan het artikel Schilderen – verven of beitsen van hout.
Aansluiten
Dadelijk op elkaar volgen: bij het aanbrengen van behang: het stotend aanbrengen van de banen behang. Bij het schilderen; het achtereen afwerken van een vlak, plafond of muur. Maak een vlak altijd in het geheel af; stop je halverwege, dan blijf je dit altijd zien.
Aanzet
Plaats waar een onderdeel van een constructie begint of aansluit: bij schilderen het deel van de ondergrond waar je de kwast op de ondergrond plaatst, of daar waar een verse verflaag een aangedroogde verflaag overlapt. Zie artikel Schilderen – volgorde schilderen deuren, kozijnen, ramen.
Absorberen 
Opslorpen: de mate waarin de ondergrond het materiaal opzuigt. Dit bepaalt mede het aantal verflagen dat je moet aanbrengen. Zie ook fixeren. B.v. bij het afwerken van gipsplaten  is een gronderingsmiddel gewenst.
Accentueren 
Nadruk leggen op: door meerdere kleuren verf in combinatie tot elkaar te verwerken, kun je accenten aanbrengen; oftewel contrast.
Acclimatiseren 
Aan een andere omgeving wennen: voor verwerking van de verf is het verstandig deze op kamertemperatuur te brengen, zodat deze makkelijker verwerkbaar is en beter vloeit. Eventueel enige tijd in warm water plaatsen.
Accuraat
Nauwkeurig: haastige spoed is zelden goed. Door het werk goed te plannen en er de tijd voor te nemen krijg je een professioneel resultaat.
Acryl
Kunstvezelstof: waar het verfproducten betreft verwerkt in latex, houtverf en afdichtingskit.
Additief
Toegevoegde stof: om verf de juiste eigenschappen te geven zijn additieven toegevoegd. De bekendste zijn bindmiddel, verdunningsmiddel en pigment(en).
Afbijtmiddel
Verf verwijderende lobbige vloeistof: tegenwoordig een biologisch afbreekbaar middel om oude verflagen te verwijderen. Breng de afbijt dik en lobbig op en strijk niet te lang met de kwast in de afbijt voor een optimale werking. Zie het artikel Houten aanrechtblad lakken voor de handelingen bij afbijten van oude of verweerde verflagen.
Afbladderen
Afschilferen: verf zal bij aanbrengen op een vuile of vette ondergrond onthechten, of afbladderen. Een te vochtige ondergrond bij aanbrengen van de verf kan hier ook de oorzaak van zijn. Zie ook bij witsel
Afdekken
Geheel bedekken: dek bij het werken met – met name- muurverven, plafondverven en verfafbijt de werkomgeving af om deze te beschermen tegen spatten en verfafval.
Afschilderen
Beschilderen met een deklaag: het aanbrengen van de laatste laag verf binnen de opbouw van een verfsysteem. Zie voor de opbouw van een verfsysteem Schilderen – verven of beitsen van hout.
Afschrapen
Schrapend verwijderen: het verwijderen van de oude verflaag met behulp van een verfkrabber en brander of föhn. Zie onder aan het artikel Schilderen – verven of beitsen van hout.
Afsluiten
Sluiten: uiteindelijk sluit verf altijd af. Dit is mede afhankelijk van het aantal laagdiktes dat in de tijd wordt aangebracht. Vocht-regulerende verf zal in eerste instantie het vocht reguleren/ademen, maar bij jarenlang onderhoud wordt de ondergrond -door de vele lagen verf- uiteindelijk afgesloten.
Agressief
Aanvallend: de meeste verven en verdunningsmiddelen zijn agressief en moeten onder beschermende en/of geventileerde omstandigheden worden verwerkt. Verfresten, kwasten, verdunningsmiddelen e.d zijn chemisch afval.
Alcohol
Bepaalde vloeistof: sommige verven / lakken moeten verdund worden met alcohol. Tevens kan alcohol dienen om te bepalen met wat voor soort verf je te maken hebt. Acrylverf (dus ook latex) lost op of wordt week onder invloed van alcohol (spiritus), zodat deze typen verf makkelijk te achterhalen zijn.
Aluminium
Bepaald licht metaal: in aluminiumverf zweven als het ware deeltjes aluminium, waaraan dit type verf haar uitstraling ontleent. De verf vol opbrengen, goed verdelen en niet te lang met de kwast werken geeft het beste resultaat. Werk uiteindelijk in één richting af, zodat je de aluminiumdeeltjes eenzelfde kant opstrijkt.
Ammoniak
Uit waterstof en stikstof bestaand gas: schildersammoniak ; goed maar enigszins agressief reinigings- /ontvettingsmiddel voor de ondergrond, vóór het schilderen. Kan de luchtwegen irriteren. Alternatieven: rinser of St. Marc. Zie ook het artikel Schilderen – verven of beitsen van hout.
Antivries
Vloeistof om het koelwater voor bevriesingsgevaar te vrijwaren: een weinig toevoegen aan acrylverf voor hout, maakt dat de verf minder snel aandroogt en langer verwerkbaar blijft. (altijd eerst een proef nemen)
Applicatie
Toepassing: applicatiemiddelen zijn rollers, kwasten, spuiten enz. Zie ook onder ‘aanbrengen’.
Aquamarijn
Zeegroen.
Artdeco
Kunststijl uit 1910 – 1920.
Atmosferisch
De atmosfeer betreffende: de meeste verven kennen een atmosferische droging, dat wil zeggen dat de verf droogt zodra deze met de ‘open lucht’ in aanraking komt. De zogenaamde oxidatieve droging.
Azuur
Hemelsblauwe verf.

Baan
Gedeelte tussen twee naden: bij behang de naden eventueel -na verlijmen- narollen met een nadenroller. Banen bij het schilderen. Door bij het schilderen van verven vlot door te werken, de verf vol op te zetten en goed te verdelen, wordt het risico op banen van de roller zoveel mogelijk voorkomen. Zie artikel Latex – Muurverf – Schilderen.
Behang
Vaste muurbedekking: als alternatief voor pleisterwerk, muurverf e.d. is behang in vele kwaliteiten, kleuren en dessins te koop. Zie voor de verwerking de artikelen Behangen – Doe het zelf en Glasweefselbehang – Doe het zelf.
Beige
Grijsbruin van kleur.
Berekenen
Uitrekenen: het berekenen van de benodigde materiaal als je gaat behangen of schilderen. Zie Schilderstermen verklaard
Beschot
Houten afscheiding of bekleding: zie voor de afwerking van hout het artikel Schilderen – verven of beitsen van hout.
Besnijden
Rechte lijn met kwast of penseel: besnijden is het trekken van een strakke lijn met verf, langs/op plafondkanten, kozijnen, plinten enz. Gebruik hierbij twee kwasten; één voor het grovere en één voor het fijne werk.
Bestendig
Duurzaam: goede verf is duurzamer, verwerkt beter en behoudt haar glans langer. De inhoudsstoffen (bindmiddel, pigmenten e.d.) bepalen voor een groot deel de kwaliteit, duurzaamheid en prijs van de verf.
Betimmering
Van lambrisering: kijk voor het zelf aanbrengen van een lambrisering bij de artikelen Eenvoudige lambrisering aanbrengen en Aanbrengen Lambrisering – Deur – MDF.
Beton
Hard geworden mengsel van cement: daar waar het betonnen muren betreft, zijn deze goed af te werken met een muurverf / latex. Voor betonnen vloeren een slijtvaste poly-urethaanverf gebruiken, of een twee-componentenlak.
Bies
Rechte versieringslijn: deze is op de ondergrond aan te brengen door -na de breedte van de bies af te meten- met schilderstape af te plakken en te schilderen. Na het aanbrengen van de verf de tape direct verwijderen. Bij het aanbrengen van veel biezen van eenzelfde breedte, kan de aanschaf van een biezentrekker de moeite waard zijn.
Bijkleuren
Extra kleur geven: is de kleur van de verf niet geheel naar wens, dan kan deze nog wat bijgekleurd worden met mengverf.
Bijtmiddel
Middel om verf af te bijten: verwijdert meerdere verflagen in één handeling. Kijk voor de wijze van aanbrengen en toepassen bij het artikel Deuren schilderen – beitsen of lakken
Binnenshuis
Binnen in het huis: in het interieur wordt de toepassing van kleur, behang en overige materialen slechts beperkt door de fantasie. Het aanbod is welhaast onbeperkt. Oriënteer je goed in woonbladen en woning-inrichtingszaken voor een overwogen keuze.
Bladgoud
Dun laagje goud: is in dunne velletjes te koop en wordt op bepaalde ondergronden getamponneerd om deze te accentueren en een rijke uitstraling te geven.
Blauw
Tussen groen en violet.
Bleu
Lichtblauw.
Bloedrood
Hoogrood.
Blond
Lichtgeel.
Body
Volume: om een geschilderd oppervlak body te geven zijn meerdere lagen verf nodig. Denk bij onbehandelde muren aan 2 á 3 lagen en bij houtwerk aan 3 á 4 lagen voor een optimaal resultaat. Een en ander afhankelijk van de kwaliteit van de verf en de zuiging van de ondergrond.
Bokkenpoot
Teerkwast met gebogen steel: voor het fijnere schilderwerk een Lyonse penseel. Zie voor gereedschappen Schilderen – verven of beitsen van hout.
Boktor
Kever met lange sprieten: zijn samen met de houtworm het meest verantwoordelijk voor aantasting van hout. Bestrijding is specialistisch werk.
Bont
Veelkleurig: bij het schilderen wordt bont werk veroorzaakt door een onregelmatige zuiging van de ondergrond, al dan niet in combinatie met het ongelijkmatig aanbrengen en doorhalen van de verf.
Bordeaux
Wijnrode kleur.
Borstelen
Fors schilderen: voor het grove werk; binnen de particuliere sector niet van toepassing.
Bovenlicht
Hoog gelegen raam: voor een geheel eigen afwerking, kijk bij het artikel Glas-in-Lood Ambacht of Hobby.
Bovenop
Op de bovenzijde: bij het schilderen van de buitenzijde van de woning moeten alle ramen en deuren -die naar buiten openzwaaien- aan de bovenzijde geschilderd worden. Dit ter voorkoming van intrekken van vocht. Binnen in de woning heeft het een meer esthetische functie.
Branden
Gloeiend prikkelen: met oog op brandgevaar wordt bij het verwijderen van oude verlagen de voorkeur gegeven aan de verfföhn. Kies je voor afbranden met de open vlam, doe dit dan niet bij harde wind, of als je fijne stof vermoedt (daklijsten e.d.)
Bruin
Vanuit rood en geel en blauw of zwart samengestelde kleur.
Buitenshuis
Niet in huis: hoe je de woning aan de buitenzijde schildert, lees je in het artikel Schilderen van de woning – Verf, laf of beits.

Camel
Licht beigebruin.
Carbolineum
Houtbeschermende (teerachtige) vloeistof: bij voorkeur niet meer toepassen. De dampen geven luchtwegirritaties en brandplekken op de huid. Onder invloed van warmte en/of de zon weekt de carbolineum op/ smelt. Om deze rede is carbolineum niet te overschilderen met de huidige synthetische verven. Moet er toch overschilderd worden dan een tussenlaag van aluminiumverf aanbrengen.
Chromatiek
Kleurenleer.
Coating
Deklaag: over het algemeen de twee laatste lagen afschilderverf die je aanbrengt, na eerst grondverf te hebben aangebracht.
Contrast
Tegenstelling: door te combineren met kleur kun je meer of minder contrast verkrijgen. Kijk hier voor een kleurenwaaier online (volgt) om naar hartenlust te combineren.
Corrosie
Aantasting van metalen: oftewel roesten. Bij behandeling roestvrij maken, met een loodmenie en ijzermenie voorbehandelen en vervolgens 2 X afschilderen. Een (minder) alternatief kan een product als Hammerrite zijn.
Craquelé
Kleine barstjes: ontstaat bij veroudering van verflagen waarbij de elasticiteit van de verflagen verloren gaat, of bij het schilderen door het aanbrengen van een afdeklaag, vóórdat de onderlaag voldoende is gedroogd. Kan ook bewust worden toegepast om het craquelé-effect te verkrijgen.
Crême
Roomkleurig.

Dauw
Zich ’s nachts afzettende nevel: buitenschilderwerk kan (deels) mat slaan, door te lang in de middag door te schilderen bij te sterke afkoeling van de omgeving in het vroege voor- of najaar, bij een hoge luchtvochtigheid. Door onvoldoende tijd tot aandrogen van de verf zal het zich in de nabijheid van struiken, hagen en b.v. een sloot het snelst openbaren.
Decoreren
Versieren. Aanbrengen van accenten of een bepaalde figuratie met verf, al dan niet door middel van slablonen, tamponeren e.d.
Dekverf
Ondoorzichtige verf: afwerklagen van een dekkend verfsysteem. Dit kan dekkende beits, een éénpotssysteem of hoogglansverf e.d. zijn. Kijk ook bij Schilderen – verven of beitsen van hout
Dodekop
Bepaalde rode verfstof, die kleuring aan een verf geeft.
Dof
Mat: een hoogglanslak of verf kan gematteerd worden door een matte lak aan te brengen. Voorbehandelen zoals beschreven in Schilderen – verven of beitsen van hout. Matteren van verf: verschijnsel door veroudering van een glansverf. Zie ook verpoederen.
Doorschijnend
Licht doorlatend: bij het schilderen het doorschijnen van de ondergrond door de toplaag. Komt door het aanbrengen van een te geringe laagdikte bij het afschilderen. Of..aanbrengen van een transparante lak of beits, dat tot doel heeft de houtnerf te accentueren en/of de ondergrond bewust te laten doorschijnen.
Doorslaan
Doorlaten: sommige stoffen kunnen doorslaan -is oplossen in de nieuwe afwerklaag- na het aanbrengen van een nieuwe verflaag. Meest bekend is nicotine die gele vlekvorming geeft bij aanbrengen van een nieuwe laag latex. In een dergelijk geval eerst een laag isoleer aanbrengen. In een aantal gevallen ook te behandelen met speciale (synthetische) verven. Ook kan doorslaan voorkomen door het oplossen van inhoudsstoffen uit nieuw of kaal hout in de verflaag.

Ecru
Geelachtig wit.
Effen
Van één kleur: ook wel monochrome kleurstelling genoemd.
Egaal
Gelijkmatig: door verf vol op te zetten, goed te verdelen en gelijkmatig door te strijken of rollen, wordt een egaal eindresultaat verkregen. Voor een egaal resultaat op muren en plafonds, kijk op Latex – Muurverf – Schilderen
Egaliseren
Effenen: binnen het schilder- en behangwerk zijn plamuur en muurvuller hier de meest geschikte producten voor. Voor zowel schilderen als behangen is een strakke ondergrond van belang.
Eigeel
Geel als een eidooier.
Emulsie
Mengsel van vloeistof.
Epoxyhars
Bepaalde bij verhitting hard wordende kunsthars.
Esthetica
Schoonheidsleer.
Exterieur
De buitenzijde: zie voor het buitenschilderwerk de artikelen Schilderen, volgorde schilderen van ramen, deuren en kozijnen en Schilderen van de woning – Verf, lak of beits.

Finishing touch
Laatste hand die men aan iets legt. De puntjes op de i zetten bij de afwerking van behang- of schilderwerk.
Fixeren
Vastmaken: bij het schilderen van poederende muren deze eerst voorbehandelen met een fixeer, om de ondergrond vast te zetten, zodat latere onthechting van de verflaag vermeden wordt.
Flets
Met onfrisse kleur: verf verliest onder invloed van de zon kleur, op termijn, haar kracht en wordt flets. De mate waarin wordt voor een groot deel door de toegevoegde pigmenten en de kwaliteit van de verf bepaald. Daarnaast zijn weers- en omgevingsinvloeden bepalend voor de duurzaamheid van een verf.
Fraise
Aardbeikleurig.
Fresco
Schildering op natte kalk.

Geel
Bepaalde kleur.
Gelig
Enigszins geel.
Gerei
Gereedschap: voor de meest gebruikelijke gereedschappen en hulpgereedschappen bij schilderen en behangen zie de artikelen Behangen – Gereedschap en Schilderen – verven of beitsen van hout.
Gevel
Buitenmuur: meeste toegepast bij schilderen van de gevel: houten rabatdelen of acryl-muurverf voor pleisterwerk of baksteen. Bij acryl muurverf in een buitenkwaliteit, de muren eerst reinigen met een hogedrukspuit en eventueel voorbehandelen met isoleer om doorslaan van inhoudsstoffen uit de muur te voorkomen. (zie: doorslaan) Houd ook voor buiten de volgorde zoals beschreven in het artikel Latex – Muurverf – Schilderen aan.
Gilde
Vereniging van vakgenoten: vroeger gebruikelijk bij het schildersambacht. De ‘meesterschilder’ had het meeste aanzien.
Gipsen
Met gips bepleisteren: ook toegepast om gipsen ornamenten en plafondprofielen van gips te ‘verlijmen’.
Gouache
Met dekkende waterverf gemaakte prent.
Grijs
Lichtgrauw: kijk voor een overzicht van “Oud Hollandse” kleuren onder aan het artikel Schilderen – Verven of beitsen van hout.
Groen
Bepaalde kleur.
Grondlak
Grondverf: (of primer) bij het schilderen van nieuw hout is het raadzaam eerst twee lagen grondverf aan te brengen. Hiermee leg je een goede basis voor de verdere opbouw van het verfsysteem. Zie het artikel Schilderen – Verven of beitsen van hout voor de opbouw van een duurzaam verfsysteem.

Harmonie
Overeenstemming: door kleuren en materialen -in de omgeving waar ze worden toegepast- goed op elkaar af te stemmen, wordt harmonie verkregen.
Hekwerk
Wat een hek vormt: veelal uitgevoerd in hout en/of staal. Zie ook bij ‘corrosie’ waar het staal betreft. Voor houten hekwerken kan het best voor een vochtregulerende transparante of dekkende beits gekozen worden.
Henna
Roodbruin kleurmiddel.
Hogedrukspuit
Spuit waarmee onder hoge druk wordt gespoten: binnen het schilderwerk primair geschikt voor de reiniging van gevels en steenachtige ondergronden. Laat voldoende drogen alvorens te schilderen. Zie ook bij ‘gevel’.
Hout
Langzaam hard wordend deel van plantenweefsel. In grote lijnen onder te verdelen in hard en zacht hout. Kijk voor de behandeling van hout bij het artikel Schilderen – Verven of beitsen van hout
Houtworm
In hout levende insectenlarve: in combinatie met vocht de meest gevreesde oorzaak voor houtrot. Behandeling en impregneren is voorbehouden aan gespecialiseerde bedrijven.

Indigo
Donkerblauwe kleurstof/pigmenten.
Inschuifladder
Ladder waarvan de delen in elkaar geschoven kunnen worden. Voor een gemiddelde éénsgezinswoning met plat dak is een ladder met 2 x 9 of 2 x 12 sporten voldoende. Voor een woning met zolder of puntdak 2 x 15 of 2 x 18. Zorg altijd voor voldoende hoogte van de ladder en voldoende stabiliteit op de ondergrond.
Inspecteren
Nazien: door regelmatig het schilderwerk te inspecteren, blijf je op de hoogte van de kwaliteit van het schilderwerk en kun je eventuele onregelmatigheden tijdig verhelpen.
Interval
Tussenruimte: afhankelijk van de klimatologische omstandigheden, de ondergrond en de kwaliteit/keuze van het verfsysteem, heeft je woning eens in de 5 á 8 jaar een onderhoudsbeurt nodig. Zie voor het schilderen van de woning Schilderen van de woning – Verf, lak of beits
Invetten
Met vet insmeren: verf, en dan met name de oplosmiddelen kunnen agressief zijn voor de huid. Het is dan ook aan te bevelen de handen (meerdere keren) met een crême in te smeren.

Kaki
Grauwgele stof of kleur.
Kalk
Witkalk: ook wel bekend onder de naam ‘veegvast’. Kijk voor de aandachtspunten bij veegvast bij het artikel Muurverven – Kwaliteiten Doe het zelf.
Karmijn
Wijnrode verfstof.
Kathedraalglas
Dik gekleurd/gefigureerd glas.
Kitten
Met kit aaneenlijmen: bij het schilderen vooral acrylaatkit; gebruikt bij afdichten van glaskanten en dichtzetten van naden en kieren. Acrylaatkit moet afgeschilderd worden. Laat voldoende drogen alvorens af te schilderen.
Kleur
Van de golflengte afhankelijke visuele eigenschap: kijk voor een kleurkeuze bij kleurenwaaier on-line:
RAL Kleurenwaaier  of NCS Kleurenwaaier
Kleurloos
Zonder kleur: blanke transparante lak, welke op terpentine basis altijd enigszins gelig is, daar waar dit bij een acryl basis een nauwelijks waarneembare witte waas geeft. Om te bepalen wat een blanke lak op een houten ondergrond doet, maak je het hout wat nat. De natte plek geeft dan een aardige indicatie van de ‘kleuring’ die de blanke lak uiteindelijk geeft.
Kleurstof 
Kleurgevende stof: in verf door toevoeging van pigmenten; waarbij tegenwoordig voornamelijk synthetische kleurmiddelen worden gebruikt.
Kleven
Lakken: aankleven van ramen en deuren na het schilderen. Om ramen en deuren toch te kunnen sluiten -voordat deze voldoende doorgedroogd zijn- knijp je een natte spons uit in de sponning. Zodoende ontstaat er een ‘waterfilm’ die aankleven voor het grootste deel voorkomen.
Klimatologisch
Op het klimaat betrekking hebbend: bij buitenschilderwerk is het raadzaam een periode van goed en droog weer te benutten. Bij schilderen in het najaar kan het raadzaam zijn het geheel goed in de grondverf te zetten en ‘over laten staan’ tot het volgend voorjaar. Indien je een relatief vochtige ondergrond vermoedt, kan dit zelfs raadzaam zijn. Vermijd het schilderen in de volle (zomer)zon, omdat de verf dan te snel aandroogt.
Knoest
Kwast: zijn niet weg te schuren en moet je dus uitsteken als deze boven de toplaag van je schilderwerk uitkomen. Vervolgens afvlakken met een twee-componentenplamuur. Ander voorkomend probleem rondom knoesten is de aanwezigheid van hars. Deze moet je uitbranden alvorens te schilderen, om later opbranden van de hars en onthechting van de verf -onder invloed van de zon- te voorkomen.
Koperkleurig
De kleur hebbende van koper.
Koraalrood
Rood als koraal.
Korenblauw
Blauw als de korenbloem.
Krimpen
Samentrekken: het is bij behangen van belang de lijm op de voorgeschreven dikte te brengen en de aangegeven inweektijd van de lijm op het behang in acht te nemen. Door inlijmen en inweken zet het behang enigszins uit, waardoor deze -na droging op de muur- mooi strak opdroogt. Zie ook het artikel Behangen – Doe het zelf
Kunsstof
Scheikundig verkregen grondstof: binnen de woningbouw veel toegepast voor deuren en kozijnen. Voor het schilderen van kunststof zie Kunststof schilderen.
Kwast
Bundel draden of haren: een goede kwast is het halve werk. Door een juiste en kwalitatief goede kwast aan te schaffen en te gebruiken, krijg je een strakkere afwerking. Een goede kwast neemt de verf beter op, geeft deze gelijkmatiger af en zorgt voor minder streepvorming in het schilderwerk.

Ladder
Klimtoestel: houd rekening met de aandachtspunten zoals beschreven bij ‘inschuifladder’.
Lakfilm
Laagje lak.
Latei
Draagbalk .
Latex
Melksap van rubberboom: tegenwoordig is latex synthetisch. Zie voor de verwerking het artikel Latex – Muurverf – Schilderen en voor de kwaliteit van de verschillende muurverven Muurverven – Kwaliteiten – Doe het zelf
Latexverf
Muurverf op waterbasis.
Leverkleurig
Geelbruin.
Lijm
Enigszins vloeibaar plakmiddel: pas de kwaliteit van de lijm aan op de benodigde eisen van het behang en de staat van de ondergrond. Bij sterk zuigende muren kan het raadzaam zijn de muren daags voor het behangen voor te lijmen met verdunde behangerslijm om de zuiging op te heffen. Dit heeft tevens tot voordeel dat je makkelijker kunt schuiven met het behang bij het aanbrengen. Zie Behangen – Doe het zelf.
Lijnolie
Olie uit lijnzaad: (vroeger) een veelvoorkomend bestanddeel van de verf. Droogt trager dan terpentine, waardoor de verf langer (en mooier) doorvloeit. Zie onder andere de Oud Hollandse kleuren van Evert Koning binnen het artikel Schilderen – verven of beitsen van hout
Loodlijn
Lijn die loodrecht op een vlak staat: aan te brengen om de eerste baan behang loodrecht aan te kunnen brengen. Zie Behangen – Gereedschap
Loodverf
Lood bevattende verf: verf mag geen lood meer bevatten. Als loodmenie -wat je gebruikt voor het onderhouden van stalen oppervlaktes en houten kozijnen die aansluiten op een muur – zijn vervangende primers in de handel.
Luxaflex
Uit lamellen bestaande zonnewering: feitelijk een foutieve benaming, omdat Luxaflex een merknaam is. In dezen is een merknaam verworden tot een soortnaam. Zie artikel Zonwering binnen – Tips bij meten en aankoop.

Matgeel
Dof geel.
Matteren
Dof maken: door middel van schuren, na het schoonmaken van de ondergrond én voor het aanbrengen van een grond- of afschilderlaag. Schuren is noodzakelijk om een goede hechting van de verflaag te verkrijgen. Ook….het aanbrengen van een matte lak of vernis om een doffe uitstraling te bereiken.
Mauve
Zacht paars.
Meetlood
Schietlood: zie loodlijn.
Melkglas
Melkwit glas: door de aangebrachte coating op melkglas wordt een egale verstrooiing van het licht verkregen. Zeer geschikt voor verlichting.
Melkwit
Wit als melk.
Menie
Lood als kleurstof dienend loodoxide: zie loodverf.
Metamorfose
Gedaanteverandering.
Milieuheffing
Belasting op vervuiling van het milieu: deels bepalend voor de prijs van verven.
Monochroom
In één kleur.
Mu
Verfdikte. Micron is een eenheid waarmee de droge laagdikte van een verf wordt aangeduid. Een droge laagdikte verf is ongeveer 30 Mu.
Muurschildering
Schildering op gekalkte muren.
Muurverven
Verven voor steenachtige ondergrond: zowel binnenshuis als buitenshuis toepasbaar. Voor de verschillende kwaliteiten zie Muurverven – Kwaliteiten – Doe het zelf.

Naad
Plaats waar twee delen samenkomen: overweeg -bij niet geprofileerd behang- het gebruik van een nadenroller. Zie het artikel Behangen – Gereedschap. Tevens spleet in overgangen in houten kozijnen en/of muren. Af te dichten met een kit.
Nat
Niet droog: houd voor het aanbrengen van een nieuwe afwerklaag de droogtijd van een betreffende verf aan. Door vroegtijdig aanbrengen van een verse verflaag kan de eerdere laag opbranden/ onthechten.
Natten
Bevochtigen: bij afschilderen in een relatief stoffige ruimte kan het raadzaam zijn de omgeving met een plantenspuit te bevochtigen.
Naturel
In natuurlijke kleur: natuurtinten. Één verfkleur kent geen nuances. Het combineren van een (éénkleurige) verf met een natuurproduct is vaak lastig, omdat een product uit de natuur doorgaans vele kleurnuances kent. Beter kan het zijn een combinerende kleur te kiezen die goed harmonieert met het natuurproduct.
Nerf
Draad van het hout: schuur in principe altijd in de lengterichting van het hout. Hetzelfde geldt voor het schilderen, zeker als het een transparant product (transparante beits of lak) betreft.

Oker
Berggeel.
Oliën
Met olie bewerken: bij afwerking van hout als alternatief voor lakken of beitsen.
Omber
Donkerbruine kleurstof.
Omroeren
Dooreenroeren: inhoudsstoffen in verven kunnen deels ontmengen of opdrijven gedurende de tijd van fabricage tot verwerken. Roer de verf voor gebruik goed door tot een egale massa verkregen wordt.
Ondergrond
Grond onder de oppervlaktelaag: de ondergrond is de basis voor je schilderwerk. Zorg voor een schone en vetvrije ondergrond voor je op een ondergrond verf aanbrengt.
Onderhoud
Verzorging, voeding: regelmatig onderhoud -van vooral het buitenschilderwerk- werkt op termijn kostenbesparend. Het tijdig signaleren en herstellen van gebreken voorkomt houtrot e.d.
Onthechten
Losmaken: bij schilderen ten gevolge van vocht, of het aanbrengen van een verf op een te vuile ondergrond. Daarnaast kan onthechting optreden bij te veel lagen verf, waarbij de oude onderliggende verf de elasticiteit van de nieuwe toplaag niet kan volgen (spanningsverschil)
Ontvlambaar
Snel vlam vattend: ventileer goed bij het verwerken van verven die verdund worden met vluchtige stoffen. Los van de irritatie van de luchtwegen, bestaat er tevens explosiegevaar indien vluchtige stoffen/dampen zich ophopen.
Oplossen
Homogeen vermengen met een vloeistof: zie bij omroeren.
Opmeten
Meten: noodzakelijk om de hoeveelheid benodigde materialen te weten. Voor het rendement van verven: zie het artikel Schilderen – Termen verklaard.
Opname
Opneming: het gebruik van een verf per m2 is mede afhankelijk van de zuiging/opname van de ondergrond.
Oppervlakte
Bovenvlakte: zie ‘opmeten’.
Oppervlaktestructuur
Waarneembare structuur: los van de kleurbeleving is een verfproduct een ‘dood’ product. Om meer structuur te verkrijgen kun je voor het aanbrengen van gestructureerd behang, glasvliesbehang, pleisterwerk, of kwarts-coat in de latex kiezen.
Oranje
Roodgeel.
Ornament
Versiersel: geeft je interieur en plafonds een monumentale of historische uitstraling: verkrijgbaar in gips of kunststof. Op eenvoudige wijze aan te brengen met gipsplamuur of kit en af te werken met de meeste gangbare verven.
Ossebloed
Donkere wijnrode kleur.
Oud Hollands
Als bij de oud Hollanders. Zie voor Oud Hollandse kleuren het artikel Schilderen – verven of beitsen van hout
Overgang
Het overgaan: bij buitenschilderwerk kan de overgang tussen donkere en lichte kleuren -onder invloed van de zon- spanningsverschil geven. Donkere kleuren worden aanzienlijk warmer dan lichte kleuren waardoor -bij de overgang- barstjes of onthechting voorkomt.
Overgieten
In iets anders gieten: bij het schilderen van houtwerk is het makkelijker uit een strijkvaatje te werken. Zie onder aan het artikel Schilderen – verven of beitsen van hout bij gebruik gereedschap en hulpmaterialen.
Overschilderen
Over schilderwerk heen schilderen: bij goed en regelmatig onderhoud is overschilderen vaak voldoende. Zie voor de werkwijze het artikel Schilderen van de woning – Verf. lak of beits.
Oxidatie
Roesten: zie corrosie en loodverf.

Paars
Purperachtig violet.
Parelgrijs
Blauwachtig grijs.
Pasteltint
Zachte kleur.
Patina
Oxidatielaag op koper en tin: bij glas in lood en tiffany wordt patina aangebracht om een oude en verweerde uitstraling te suggereren. Zie de artikelen Glas-In-Lood en Tiffany.
Penseel
Zachte kwast: te gebruiken voor het fijnere schilderwerk. Kijk voor een afbeelding van het Lyonse-penseel bij Schilderen – verven of beitsen van hout onder gereedschappen en hulpmaterialen.
Pigment
Kleurstof: zie bij kleurstof.
Pikzwart
Diep zwart.
Plakaatverf
Zeer dikke dekkende waterverf: weinig duurzaam. Indien binnenshuis gebruikt als decoratie, ter bescherming af te werken met een transparante lak of beits.
Plamuren
Glad maken: te gebruiken voor het repareren en egaliseren van steenachtige of houten ondergronden. De schilder gebruikt voornamelijk muurvuller, lakplamuur en twee-componentenplamuur.
Primair
Kleur, blauw, geel en rood.
Puimen
Met puimsteen gladwrijven: een nog weinig toegepaste methode om te schuren. Huidige vervanger: waterproof-schuurpapier.
Purper
Paarsrood

Raam
Venster: voor de juiste volgorde van schilderen, zie het artikel Volgorde van schilderen.
RAL-kleuren
ga naar het kleurenoverzicht
Rauhfaser
Behangpapier met houtvezel: goedkoop behangsel, verkrijgbaar met fijne en grove houtstructuur. Moet na aanbrengen nog wel 2 x afgewerkt worden voor het beste resultaat. Zie artikel Behangen – Doe het zelf en Latex – Muurverf – Schilderen
Reflectie
Terugkaatsing: de gewenste reflectie kan belangrijk zijn bij de verfkeuze; oplopend van matte tot hoogglans verf waar het houtverven betreft en van mat, oplopend tot een eiglans bij muurverven.
Reliëf
Uitspringend: zie ‘oppervlaktestructuur’.
Renoveren
Vernieuwen. Een nieuwe keuken met verf en MDF
Repareren
Herstellen: zie ‘plamuren’.
Rood
Met de kleur van bloed.
Rotten
In ontbinding verkeren: bij het aanmaken van behangerslijm de tijd, nodig om goed te mengen en te verzadigen. Maak de behangerslijm bij voorkeur een dag van de voren aan. Deze zal dan klontvrij en smeuïg zijn. Zie het artikel Behangen – Doe het zelf.
Roze
Lichtrood.
Rustiek
Landelijk. Stijl van afwerken of inrichten.

Schaduw
Plaats waar minder licht valt: binnen het schilderen het aanbrengen van een schaduwtint naast een lichtere tint uit dezelfde ‘kleurlijn’. Door het kiezen voor een schaduwtint wordt een subtiele nuance aangebracht.
Scharlaken
Helderrood.
Schellak
Gomlak.
Scherf
Afgebroken stuk glas: te gebruiken als alternatief voor een verfkrabber bij het verwijderen van verf bij afbranden of afföhnen op moeilijk te bereiken of geprofileerde plaatsen.
Schietlood
Paslood: zie bij ‘loodlijn’.
Schilder
Wie schildert.
Schimmelen
Beschimmelen: schimmel vormt zich in een situatie van een hoge luchtvochtigheid en een geschikte omgevingstemperatuur. Alvorens te schilderen of te behangen, de oorzaak van de schimmelvorming eerst wegnemen. Nadien de oude schimmelplekken afschuieren, wegwassen, eventueel isoleren en opnieuw afwerken.
Schoon
Zuiver: benodigd voor te schilderen ondergronden.
Schuurlinnen
Met glas, amarilpoeder of zand bestreken linnen: een -dank zij de linnen rug- zeer sterk schuurpapier voor het zwaardere werk. Veel toegepast bij bandschuurmachines, parketschuurmachines e.d.
Schuurpapier
Opzuiveringsmiddel: onmisbaar binnen de voorbehandeling van het schilderwerk. De groftes worden aangeduid in korrels per cm2. Zo is b.v. korrel 40 zeer grof, en korrel 2400 (waterproof) zeer fijn. Bij schilderwerk nooit meer dan 60 korrels verschil gebruiken, anders effent de ene korrel de krassen van de andere niet. (dus b.v. maximaal 100 – 160 of 180 – 240)
Siccatief
Droogmiddel in verf; toegevoegde hulpstof in verven om de droging te bevorderen.
Sjabloon
Uitgesneden model: b.v. om figuren om muren aan te brengen met behulp van een tamponeerkwast.
Soldeer
Soldeersel: voor het verkrijgen van verband bij tiffany en glas in lood. Zie artikelen Glas-In-Lood en Tiffany
Spatel
Strijkmes: zie plamuren en het artikel Schilderen – verven of beitsen van hout.
Spectrum
Kleurenbeeld van door een prisma ontleed licht: kleuren van de regenboog.
Sponzen
Met een spons reinigen: gebruik voor de reiniging van de te schilderen ondergronden een goede kwaliteit (schilder)spons.
Staalwol
Krulletjes staal als schuurmiddel: te gebruiken -bij opschuren- na gebruik van afbijt of ontweringswater. Zie artikel Schilderen, beitsen of lakken van deuren . Tevens te gebruiken bij het verwijderen van roest op staal, in combinatie met een verfkrabber en schuurlinnen.
Stabiel
Standvastig: zorg bij het plaatsen van klimmateriaal -benodigd tijdens het uitvoeren van het schilderwerk- altijd voor een stabiele ondergrond, om valgevaar te voorkomen.
Steiger
Stellage bij bouwwerk: bij erg arbeidsintensieve schilderwerkzaamheden kan het raadzaam een steiger te plaatsen. Je staat beter en rustiger voor je werk, hetgeen automatisch tot een beter resultaat leidt.
Stofbril
Bril tegen stof: te dragen bij intensieve schuurwerkzaamheden, werken met verfafbijt of andere agressieve stoffen.
Stoffer
Kleine handveger: voor het stofvrij maken van de werkomgeving. Gebruik voor het stofvrij maken van het schilderwerk bij voorkeur een schildersstoffertje. Deze zijn handzaam en hebben een inzet van zachte haren, zodat je het schilderwerk niet beschadigd.
Stofmasker
Masker tegen stof: zie de afwegingen bij stofbril.
Stok
Cilindervormig stuk hout: bij het schilderen een stalen of aluminium telescoopstok of latexstok; die je in staat stelt makkelijker, grotere oppervlaktes te schilderen.
Stomen
Met waterdamp schoonmaken: afstomer: meest gebruikt bij het verwijderen van behang. Zie ook de egelroller en Behangen – gereedschap.
Stopverf
Deeg van krijt en lijnolie: bij oudere woningen met enkel vensterglas nog veel toegepast; bij woningen met dubbel-glas vervangen door glaslatten en beglazingskit.
Streperig
Met strepen: grotendeels te voorkomen in het schilderwerk door: vlot werken, de juiste volgorde van werken en gebruik van goede verven, kwasten en overige materialen. Zie het artikel Volgorde van schilderen van ramen, deuren en kozijnen.
Strogeel
Geel als stro.
Stukadoren
Bepleisteren met gipsmengsel: bij de schilder beperkt het zich meestal tot het plamuren van de ondergrond. Bij een slechte en onregelmatige -steenachtige- ondergrond of voor het egaliseren van gipsplaten is een stukadoor de juiste vakman.
Systeem
Stelsel: het beste schilder resultaat behaal je door een juiste en goede opbouw van het verfsysteem. Hoe je dit het beste kunt doen, lees je in het artikel Schilderen – verven of beitsen van hout.

Tamponneren
Natte verf met de kwast bekloppen: vooral voor het verkrijgen van speciale effecten, waarbij je met meerdere kleuren in een wisselende dekking van de verf werkt. Zie ook ‘sjabloon’.
Taupe
Bruinachtig grijs.
Temperatuur
Warmtegraad: op de meeste verfverpakkingen is de ideale verwerkings-/omgevingstemperatuur vermeld. Dit zijn de omstandigheden (ideale) waarbij de beste verwerking, vloeiing en droging verkregen wordt.
Teren
Met teer bestrijken: zie carbolineum.
Terpentijn
Terpentijnolie: verdunningsmiddel voor bepaalde verven. Minder vluchtig dan terpentine, waardoor de verf langer doorvloeit. Oplosmiddel voor boenwassen.
Terpentine
Zware benzine: meest gebruikte verdunningsmiddel voor buiten verven. Houd de verf tevens ‘strijkbaar’. Te veel verdunnen leidt tot een verschraling van de verf en tot een lagere laagdikte en mindere bescherming / duurzaamheid.
Traditioneel
Traditie volgend: het schildervak een traditioneel beroep. Weliswaar worden er meer synthetische producten/verven gebruikt, maar de wijze van werken en verwerken is in de loop van de jaren niet veel verandert. Kijk voor Oud Hollandse kleuren bij het artikel Oud Hollandse kleuren
Transparant
Doorschijnend: geldt in belangrijke mate voor blanke lak en transparante beits. De uiteindelijke transparantie is mede afhankelijk van het product, de ondergrond en het aantal aangebrachte laagdiktes.
Trend
Tendens: steeds wisselende (gevoels)beleving en inzichten. Verf en behang zijn relatief goedkope en eenvoudig aan te brengen producten om een trend te volgen of te zetten.
Trompe-l’oeil
Bedrieglijk natuurgetrouwe schildering.
Turkoois
Blauwgroen.

Uitsmeren
Over een oppervlak uitsmerende: zie voor het aanbrengen van latex /muurverf het artikel muurverven en kwaliteiten. Kijk voor het schilderen van een houten ondergrond bij Schilderen – verven of beitsen van hout

Vaal
Vuilbruin, grauw.
Vacht
Huid met wol: bij het schilderen de vacht- of structuurroller. 
Vaseline
Oorspronkelijk uit petroleum bereide zalf: na het afschilderen een handig middel om de rubberen tochtprofielen bij ramen en deuren soepel te houden.
Vel
Vlies: terpentine verdunbare verf droogt zodra deze met zuurstof in aanraking komt, waarop film- of velvorming volgt. Om tijdens de schildersbezigheden velvorming te voorkomen kun je een weinig terpentine op het verfoppervlak gieten. Voor gebruik de terpentine weer goed door de verf roeren.
Verarmen
Arm maken: het te veel afdunnen van een verf maakt deze arm, met een mindere dekking, druipers en mindere duurzaamheid tot gevolg.
Verbruik
Het verbruiken: zie voor het gemiddelde rendement van de verschillende verven het artikel Schilderen Termen Verklaard.
Verdampen
Tot gas worden: bij verven onderdeel van het drogingsproces.
Verf
Smeerbare kleurstof: in verhouding een goedkoop middel om grote veranderingen te realiseren. Zie voor verf en schilder termen het artikel Schilderen Termen Verklaard.
Verfroller
Borstel waarmee men rollend verf aanbrengt: bij het schilderen de vacht of structuurroller. Er zijn vele verschillende rollers te koop; variërend van kortharige ‘anti-spatrollers’ tot grove structuurrollers of rollers met een andersoortig reliëf. Let op dat de roller geschikt is voor het doel; ook waar het de bestendigheid tegen oplosmiddelen betreft.
Verfwaren
Voor het verven benodigd materiaal: kijk voor vele materialen en hulpmaterialen onder aan het artikel Schilderen – verven of beitsen van hout.
Vergelen
Geel worden: onder invloed van de zon, de tijd en het gebruik zullen alle verven vergelen, verkleuren en verarmen. Het vroegtijdig vergelen van verf komt vooral door toevoeging van goedkope pigmenten, maar ook door afsluiting van zuurstof en/of UV.
Verharder
Harder maken: toe te voegen bij twee-componenten ( verf) producten. Door de chemische reactie van een basisproduct met de verharder, wordt droging, verband of hardheid verkregen.
Verkleuren
Van kleur veranderen: zie bij ‘vergelen’.
Vermiljoen
Hoogrode kleur.
Vermolmen
Vergaan: houtrot: ontstaat door een combinatie van onvoldoende bescherming, vocht, schimmels, insecten en/of constructie fouten. Bij repareren van houtrot; het aangetaste hout tot ruim op het gezonde hout verwijderen. Neem -zo mogelijk- wel de oorzaak van de houtrot weg om herhaling te voorkomen.
Vernis
Glansstof: zie lak.
Verstek
In een hoek van 45 graden: over het algemeen het meest onderhoudsgevoelig bij schilderwerk. Zorg dat verstekken -voor het afschilderen- goed gedicht zijn met acrylaatkit, zodat vocht geen kans krijgt in de ondergrond te dringen en houtrot te veroorzaken.
Verveloos
Waar de verf af is: bij gezond hout de ondergrond reinigen, schuren en afwerken zoals in het artikel Schilderen – verven of beitsen van hout beschreven.
Verven
Verf aanbrengen: zie de artikelen Keukenkastjes nieuw in de verf of Latex – Muurverf – Schilderen
Verweren
Door het weer aangetast: zichtbare problemen in de verflaag zijn makkelijk te signaleren. Minder zichtbaar is het als de verf gaat verpoederen. Heeft de verf zijn glans verloren en geeft de verf (bij ramen lappen) af, dan is de verf aan het verpoederen en heeft zijn beste tijd gehad. Dit is een goede indicatie om opnieuw te schilderen, ook al zij er verder nog geen zichtbare gebreken.
Verzadigen
Ten volle voeden: zolang een ondergrond nog niet verzadigd is met een verfproduct, zal deze een bont en vlekkerig aanzien hebben. Nog een deklaag aanbrengen is dan de oplossing.
Violet – paars.
Viscositeit
Graad van vloeibaarheid: iedere verf heeft een bepaalde viscositeit. Deze vloeibaarheid is nodig om de verf soepel en strijkbaar /verwerkbaar te houden. Te veel afdunnen van de verf leidt tot kwaliteitsverlies van de verf. Zie het artikel Schilderen Termen Verklaard
Voordeur
Hoofddeur van een huis: een mooi afgewerkte entree is het eerste dat opvalt bij binnengaan van een woning. Lees hoe je de deur een mooi aanzien geeft in het artikel Schilderen – beitsen of lakken van deuren.
Vuil
Onrein: een schone ondergrond is de basis van goed schilderwerk. Reinig de ondergrond met een rinser, verfreiniger of ammoniak.

Waterverf
In water oplosbare verf.
Weer
Weersgesteldheid: zie ‘klimatologisch’.
Wegzinken
Verdwijnen: iedere -te schilderen of te behangen- ondergrond zuigt in meer of mindere mate bij het aanbrengen van een verfproduct of lijm. Dit wordt ook wel wegzinken genoemd. Door bij het schilderen eerst één of twee lagen grondverf aan te brengen hef je dit op. Vóór het behangen kan het raadzaam zijn -met verdunde behangerslijm- de muren eerst voor te lijmen om zodoende de ergste zuiging op te heffen
Weven
Weefsel maken: glasweefselbehang bestaat uit dunne, geweven glasvezel, hetgeen het behang sterk, scheur overbruggend en brandvertragend maakt. Kijk voor meer informatie over glasweefsel of vliesbehang bij de artikelen Glasweefselbehang – Doe het zelf en Eenvoudige lambrisering aanbrengen.
Wit
Bepaalde “kleur”.
Witsel
Witkalk, kalksel: ook bekend onder de naam ‘veegvast’ . Overschilderen van veegvast geeft bijna altijd problemen. Kijk voor meer informatie bij het artikel Schilderen Termen Verklaard.
Woning
Huis, verblijf: misschien wel de grootste en de duurste aankoop die we in ons leven doen. Goed onderhoud is dan ook van belang. Kijk voor het schilderen van de woning bij Schilderen van de woning – Verf, lak of beits.

Zalmkleurig
Bleekrood.
Zeemlap
Stuk zeemleer: na het schoonwassen van de te schilderen – gladde- ondergronden, goed te gebruiken om de ondergrond na te lappen. In het bijzonder na schuren met water-proof schuurpapier.
Zeven
Ziften: door vuil geworden terpentine verdunbare verven te zeven door een nylonkous met een fijne structuur, zift je het meeste vuil eruit, waardoor de verf weer bruikbaar is. Er zijn eventueel ook verfzeefjes te koop.
Zilver
Zilverwitte kleur.
Zinkwit
Zink bevattende witte verfstof.
Zonkant
Door de zon beschenen zijde: zie ‘klimatologisch’ en ‘overgang’.
Zuigen
In zich opnemen: zie ‘verzadiging’ en ‘wegzinken’.
Zuiveren
Zuiver maken: opzuiveren: het schuren van de ondergrond door middel van droog schuren, nat schuren en puimen. Zie ook ‘puimsteen’.
Zwart
Bepaalde “kleur”.

Bron

Mobiele Verf Service

5 gedachten over “Behangen en schilderen: tips en informatie van A tot Z”

  1. Beste Annemarie,

    Reinigen en schuren is noodzakelijk om een goede hechting te krijgen voor de volgende verflaag. Als je met water-proof schuurpapier met een reinigingsmiddel schuurt en het nadien met schoon water afneemt, kan je reinigen en schuren in één handeling.
    Je kan hierna een dekkende beits in kleur gebruiken, of een primer / grondverf en een verf in kleur.
    De dekkende beits heeft een lichte glans; bij de verf heb je de keuze uit zijde- of hoogglans.

    Mvg – Sjaak

  2. Hallo,

    Ik wil een gebeitste lambrizering overschilderen.
    De lambrizering zit nog heel mooi in de beits, nergens beschadigd.
    Maar ik wil van de bruine kleur naar wit, dus overschilderen.
    Als het mogelijk is, door gebruik te maken van een speciale primer of isoleer, want in schuren heb ik weinig zin.

    Is zoiets mogelijk en zo ja, wat moet ik gebruiken en hoe ga ik te werk?

    Alvast bedankt voor uw antwoord,

    Met vriendelijke groet,

    Annemarie

  3. Beste Desiree,

    Een recht lijn aanbrengen op een gestructureerde ondergrond zal niet gaan, omdat de verf altijd wat doorvloeit, of de kwast of roller sporen achterlaat.
    Het meest voor de hand liggende zou het aanbrengen van een rechte lat op de ondergrond zijn, waarlangs je de verf aanbrengt. Je kunt de lat ook achteraf in kleur, blijvend aanbrengen. Op deze wijze zorgt de lat voor een strakke overgang tussen de beide kleurvakken.
    Een alternatief kan nog zijn: maak een insnede (kras, groef) daar waar de overgang van de banen moet komen, plaats een spaan in de snede, waarlangs je schildert. De snede -welke de oude ondergrondskleur heeft- werk je naderhand voorzichtig met een penseeltje bij.
    Maar of dit een bevredigend resultaat geeft zal in grote mate afhankelijk zijn van de degene die de kwast, roller of penseel hanteert ?

    Mvg – Sjaak

  4. Ik wil op een muur met structuurverf rechte lijnen verven (inkleuren met een andere verfkleur). Hoe kan ik de structuurverf het beste ‘afplakken’? Of zijn er andere manieren om op structuurverf rechte lijnen te tekenen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *