 |
Klein gereedschap: vooral schroevendraaiers. Verwijder stopcontacten, lampen, schilderijen en dergelijke, zodat ze je niet in het werk belemmeren tijdens het schilderen |
 |
Afdekplastic: absorberende kleden, lakens. Dek de werkomgeving en de meubels die eventueel blijven staan goed af. Zelfs met een zogenaamde “spatvrije” roller voorkom je spatten niet |
 |
Schilderstape: plak de overgang tussen muren en kozijnen, plinten e.d. af. Als je de tape onder een lichte rek plakt, werkt dit bij het schilderen mooi strak af |
 |
Reinigingsmiddel: een te vuile of vette ondergrond moet je eerst reinigen met een verfreiniger of ammoniakoplossing, opgelost in water, alvorens te gaan schilderen |
 |
Muurverf: bespaar niet op de kwaliteit van de verf. Ga uit van het twee keer schilderen van de muur of het plafond. Reken bij latex op een gebruik van 6 á 8 m2 per liter, gebaseerd op twee keer schilderen |
 |
Verfemmer: het werken vanuit een verfemmer waar je een verfrooster in plaatst, werkt beter en sneller. Bijkomend voordeel is dat je de hoeveelheid latex beter kunt doseren en de achterblijvende verf in de originele verpakking schoon en op goede dikte houdt |
 |
Verfrooster: deze plaats je in de verfemmer om de vachtroller rondom goed, gelijkmatig en vol in de verf te kunnen werken. Werk niet te zuinig / te schraal met de verf |
 |
Verfstok: werken met een op de verfstok geplatste roller maakt dat je beter voor (muren) of onder (plafonds) je werk staat. Je kan zo beter zien waar je gebleven bent en of de ondergrond voldoende gedekt is. Oefen zo min mogelijk druk op de roller uit; laat de roller het werk doen |
 |
Vachtroller – 18 cm: een goede vachtroller neemt de verf goed op en geeft deze gelijkmatig af. Voel of de “stiknaad” in het midden, over de lengte van de roller niet te zeer voelbaar is. Dit wordt tijdens het gebruik een “bobbel” |
 |
Vachtroller – 10 cm: het zogenaamde “muisje”; dit gebruik je in combinatie met de kwast voor randen en kanten, zodat je ook daar een structuur van de roller krijgt |
 |
Kwast groot: deze gebruik je om te besnijden (= het trekken van een mooie strakke lijn langs plafondkanten, kozijnen e.d.) |
 |
Kwast klein: gebruik in principe altijd twee kwasten. Één voor het grovere en één voor het fijne werk, of moeilijk berijkbare plaatsen |
 |
Kitpistool: gebruik je om de kit gedoseerd te kunnen verwerken. Voor schilderwerkzaamheden binnen wordt het meest acrylaatkit gebruikt |
 |
Acrylaatkit: vóór het aanbrengen van de laatste afwerklaag bij het schilderen, werkt het mooi en strak af om eerst kieren en naden af te kitten. Laat de kit voldoende drogen alvorens te schilderen |
 |
Vulmiddel: gaten, kieren, oneffenheden en naden kan je op een steenachtige ondergrond vóór het schilderen eerst bewerken met een muurvuller. De gerepareerde plekken eventueel -tijdens het aandrogen- met een klamme spons bewerken om enig reliëf te verkrijgen |
 |
Plamuurmessen: nodig voor het vlak aanbrengen van muurvuller of plamuur. Door het plamuurmes vlak in de hand liggend enigszins schuin te houden, dwing je het overtollig plamuur in de gewenste richting |
 |
Reinigingsspons: voor het reinigen van de ondergrond vóór aanvang van het schilderen, verwijderen van verfspatten tijdens het schilderen, of voor het tamponeren van de aangedroogde muurvuller om reliëf te verkrijgen |
 |
Schildersstoffertje: houd de werkomgeving en de te schilderen oppervlakten schoon en stofvrij. Een schidersstoffertje heeft zacht varkenshaar en is handzaam |
Discussie
Geen reacties op “Muren en plafonds schilderen”