Verklaring van vele schildertermen

Schilderen – Binnen en buiten

Als we bij het schilderen –van zowel interieur als exterieur- over kleur praten, worden we met veel termen geconfronteerd, die allemaal iets over de kleur en het kleurgebruik kunnen zeggen. In dit artikel wat algemene aandachtspunten bij het verwerken van verf en termen die zoal worden toegepast om kwaliteit, eigenschappen en dergelijke van de verf aan te geven en de nuances tussen de kleuren duidelijk te maken.

Verklaring en uitleg van veel termen bij het schilderen

Verf en Temperatuur
Onder invloed van de zon kan het geschilderde oppervlak zeer heet worden, hetgeen de duurzaamheid niet altijd ten goede komt. Het kan dus raadzaam zijn hier bij de keuze van de verfkleur rekening mee te houden. Wordt een lichte kleur bijvoorbeeld 30 graden warm, dan kan een donkere kleur onder invloed van de zon al gauw 60 graden worden.

Verf op de Zuidkant – de zonkant
Door bovenbedoelde temperatuurverschillen kan er -daar waar een lichte kleur tegen een donkere kleur aan wordt geschilderd- spanningsverschil ontstaan. Dit spanningsverschil zorgt er voor dat de verf op de overgangen barst. Houd hier met de keuze dus rekening mee.

Verf en de beleving bij kleurgebruik
Een zelfde kleur kan vaak verschillend tonen in een wisselende omgeving. Los van de contrasten die je in basis al tussen de verven kan hebben, zal bijvoorbeeld de beleving van het ‘Grieks blauw’ in de klimatologische omstandigheden van Griekenland heel anders beleefd worden en tonen dan in de ‘grauwe’ Nederlandse omstandigheden. Het is dus belangrijk vooruit te bedenken in contrast tot wat, in welke omgeving en bij welk (gemiddeld) licht de kleur toegepast gaat worden.

Verf
Verf heeft vele mogelijkheden en toepassingsgebieden. Daarbij is het een relatief goedkoop middel om objecten duurzaam te beschermen en /of te verfraaien. Verf: in mijn optiek de beste uitvinding sinds het wiel!

Verf en toegepaste termen

Pratend over verf komen we –zonder al te technisch te worden- onder andere termen tegen als:

Verf en Aanzetten
Deze worden vooral veroorzaakt door de wijze van opbrengen. Daar waar je de kwast of roller op je werk zet, laat deze een afdruk achter. Door gestructureerd en soepel te werken, niet te bezuinigen op rollers en kwasten en overige materialen, krijg je een mooier en egaler resultaat.

Verf – Acrylverf
Dit is een verf die minder belastend is voor het milieu. De verf is water-verdunbaar, droogt snel, maar is minder geschikt voor gebruik buitenshuis, omdat je te zeer afhankelijk bent van de weers-omstandigheden. Bij gebruik binnenshuis de verf voller opzetten dan de traditionele verven, vlot werken en er niet te lang met de kwast in blijven werken, omdat deze verf sneller aandroogt.

Alkydharsverf
De meest bekende –terpentine-verdunbare- verf. Deze verf laat zich makkelijk verwerken, droogt trager, zodat je er langer in kunt strijken met kwast of roller. Deze verf vloeit mooier door tijdens de tijd van aandrogen. Wel moet er op kaal hout eerst een grondverf oftewel primer aangebracht worden.

Verf en buitenduurzaamheid
Verf voor buiten heeft een andere samenstelling dan binnenverf. Er worden andere eisen aan de verf gesteld; te denken valt aan (extreme) temperatuursverschillen, sterk wisselende weers-omstandigheden, belasting vanuit het milieu etc. Het spreekt voor zich dat dit hoge kwaliteitseisen aan de verf stelt, wil deze voor meerdere jaren bescherming bieden aan het buitenschilderwerk.

Verf en dekkracht
Het vermogen om andere kleuren in de ondergrond weg te werken. Over het algemeen kun je stellen dat de primaire kleuren (rood, blauw, geel) een matige dekkracht hebben. Het is raadzaam hier met de keuze van je grondverf of primer vast rekening mee te houden.

Verf doorhalen
De verf zet je vol op met een goede, geschikte kwast of roller. Nadat je de verf gelijkmatig verdeeld hebt, haal je de verf nog eenmaal door om een strak en streep-arm resultaat te verkrijgen. Haal de verf luchtig door zonder al te veel druk op kwast of roller uit te oefenen voor het beste resultaat.

Verf en duurzaamheid
De inhoudsstoffen van de verf bepalen in belangrijke mate de prijs en kwaliteit van de verf. Voor duurzaam schilderwerk ben je vaak aangewezen op de betere of professionele merken. Goede verf verwerkt makkelijker, vloeit mooier en is langer bestand tegen invloeden van buitenaf.

Verf – Éénpotssysteem
De hiermee bedoelde verf kun je vergelijken met beits. Dit betekent dat je de verf direct op kaal hout kunt aanbrengen, zonder eerst een grondverf of primer te gebruiken. Meestal ligt de glansgraad tussen mat en hoogglans in, een zogenaamde ‘halfglans’. De verf is vochtregulerend.

Verf – Glansgraad
Grofweg kennen we drie glansgraden, te weten: mat, halfglans en hoogglans. Iedere verf heeft zo zijn eigen kwaliteit, uitstraling en beleving.

Verf – High Solid
Een verf waarvan de samenstelling dusdanig is, dat de terpentine als oplosmiddel met plusminus 50% is teruggebracht en daardoor minder belastend voor het milieu. De verf/beits is vochtregulerend, droogt trager dan alkydharsverf, maar geeft een grotere droge laagdikte, zodat minder arbeidsgangen nodig zijn. (meestal twee lagen)

Verf – Hoogglans
Een hoogglansverf heeft een grotere (buiten)duurzaamheid en hogere/bollere glansgraad dan een beits of éénpotssysteem. Nadeel is dat een hoogglansverf afsluit, zodat er zekerheid moet zijn over een voldoende droge ondergrond alvorens de verf wordt aangebracht. Is de ondergrond te vochtig, dan bestaat er kans op blaasvorming en onthechting van de verf.

Verf en kantdekking
De dekking/vloeiing van de verf op de kanten van het houtwerk. Vaak worden de kanten te veel doorgeschuurd, waardoor hier te weinig dekking/laagdikte van de verf ontstaat. Op voorhand licht rond schuren van de kanten geeft wel een betere vloeiing en een betere dekking van de verf op de kanten. Tevens zijn de kanten hierdoor minder kwetsbaar voor beschadigingen e.d.

Verf – Kleurdominant
Een sterk bepalende kleur. Of een kleur als bepalend wordt ervaren heeft natuurlijk sterk met de beleving en de omgeving waarbinnen deze word gebruikt te maken.

Verf – Kleurkracht
Het vermogen om een kleur te veranderen. Dit wordt voor het grootste deel bepaald door de gebruikte pigmenten in de verf. Zo zijn b.v bepaalde kleuren blauw sterk en is rood over het algemeen zwak, alhoewel deze wel weer dominant kan zijn.

Verf – Kleurtoon
Geeft aan hoe licht of donker de tint is. De reflectie van het opvallende licht bepaalt of we de kleur als licht of donker ervaren. Zo reflecteren lichte kleuren uiteraard aanzienlijk meer licht dan donkere kleuren, hetgeen voor ons de kleurbeleving bepaalt.

Verf – Lichtvastheid
De bestendigheid tegen zonlicht. Over het algemeen hebben lichte kleuren een grotere bestendigheid, daar deze het zonlicht beter reflecteren en minder te lijden hebben onder temperatuurverschillen (zie ook temperatuur).

Verf – Pigment
Pigment of kleurstoffen zorgen voor de kleuring van de verf. We kennen minerale, aard- en synthetische pigmenten. Plantaardige pigmenten zijn in feite kleurstoffen, omdat deze niet in poedervorm worden toegevoegd in tegenstelling tot de eerder genoemde pigmenten.

Verf – Poly-urethaan
Een -door de samenstelling- slijtvaste verf, die het beste kan worden toegepast op objecten waar een grote slijtvastheid vereist is. (werkbladen, keukenkastjes, garagevloeren e.d.).

Verf – Rendement
De hoeveelheid te schilderen vierkante meters per liter product. Reken voor een terpentine-verdunbare verf op 10 á 12 m2. per liter, voor een water-verdunbare acrylverf op 8 á 10 m2. per liter . Voor een latex ligt het verbruik op ongeveer 6 á 8 m2. per liter. Het verbruik van een verf is mede afhankelijk van de viscositeit (dikte) en de staat van de ondergrond (zuiging). Veel (niet professionele) verven worden in verpakkingen van 0,75 liter verkocht. Houd hier rekening mee ten aanzien van het rendement.

Verf – Tint
Aanduiding van een bepaalde kleursoort. Één hoofdkleur kent vele verschillende nuances door bijmenging van een andere kleur/pigment en/of wit en zwart.

Verf – Verdunningsmiddel
Middel waarmee de verf verdund kan worden om de verwerking te vergemakkelijken en/of het product te verdunnen. B.v. water, terpentine, thinner, wasbenzine, alcohol etc.

Verf – Verzadiging
Als een ondergrond te veel of onregelmatig ‘zuigt’ krijg je een bont resultaat binnen het schilderwerk door verschil in verzadiging van de ondergrond. Oorzaak is gelegen in het onregelmatig aanbrengen van de verf of een wisselende zuiging in de ondergrond. Dit is op te vangen door meerdere lagen (of producten) aan te brengen en de verf vol en gelijkmatig aan te brengen en gelijkmatig te verdelen.

Verf – Verzepen
Onder invloed van tijd, weersinvloeden en milieu verliezen verven hun kleur, kracht, bescherming en duurzaamheid. Dit verzepen is een indicatie om het schilderwerk opnieuw te behandelen.

Verf – Viscositeit
Graad, vloeibaarheid van de verf. Tezamen met bindmiddelen en pigment(en) bepaalt de viscositeit mede de dekkracht van de verf. Het moge duidelijk zijn dat een (te sterk) verdunde verf een matige dekkracht heeft en niet blijft ‘staan’ (druipers) en dat een te dikke verf niet te verwerken is, of door verschil in laagdikte een matig resultaat geeft en mogelijk gaat barsten na de droging.

Verf – Vloeiing
De mate waarin een verf vloeit. Een hoogglansverf is over het algemeen vetter dan b.v een beits en zal dus ook een mooier en meer streeploos resultaat geven. Een latex daarentegen vloeit niet of nauwelijks, zodat je hiermee een mooi resultaat bereikt door de verf vol op te zetten en gelijkmatig te verdelen.

Verf – Vochtregulerend
De mate waarin de verf in staat is vocht uit de ondergrond te laten ‘ademen’. De verf heeft een open structuur, zodat het vocht wel uit de ondergrond kan ontsnappen, maar hier geen vocht indringt. Beitsen en een éénpots-systeem (wat in feite hetzelfde is) hebben deze eigenschappen. Let wel: dit betekent niet dat je op een te vochtige ondergrond kunt schilderen.

Ondergrond – Zuiging
Iedere ondergrond heeft zijn eigen samenstelling en eigenschappen. De ene ondergrond is meer poreus of grover van structuur dan de andere. Afhankelijk hiervan bepaal je de keuze van het product ten aanzien van zowel de voorbewerking als de eindafwerking. Je komt dan in aanraking met producten als: egaliseer, fixeer, isoleer e.d.

 

Kijk voor duizenden kleurmogelijkheden bij:

Kleurkeuze uit de kleurenwaaier

Kleurenwaaier RAL  (Internationale norm)

Kleurenwaaier NCS (o.a. Sigma, Histor, Rambo)

Kleurenwaaier ACC  (o.a. Sikkens, Flexa, Cetabever)

Kleuren Oud Hollandse, Historische of Monumentale kleuren (o.a. Sikkens, Evert Koning)

2 gedachten over “Verklaring van vele schildertermen”

  1. Beste Ron,

    Bij het afrollen van een deur is een (licht) sinaasappeleffect niet helemaal te voorkomen. Zelfs bij spuiten zal je dit bij een bepaalde lichtval zien (auto’s b.v.). Meestal zijn particulieren geneigd te spaarzaam met het gebruik / opzetten van de verf om te gaan.

    Als schilder zet je de verf met een grote (deur)kwast vol op en verdeelt de verf vlot en gelijkmatig. Zet eerst naast elkaar een aantal verticale banen verf op het oppervlak en haal vervolgens de verf horizontaal door met de kwast. (verdeel de deur als het ware in vier vlakken bij het aanbrengen van de banen) Glijdt de kwast als het ware -zonder te veel kracht uit te moeten oefenen- door de verf, dan gebruik je voldoende verf. Moet je te veel ‘trekken’ aan de kwast, dan gebruik je te weinig verf, hetgeen bij het afrollen een te schraal resultaat geeft. Een 100% dekking moet je nu nog niet nastreven.
    Rol vervolgens de deur horizontaal om de verf verder te verdelen. Hierbij oefen je enige druk uit op het schuimrolletje. Rol de deur verticaal af zonder druk uit te oefenen. Houd het schuimrolletje luchtig vast, maar raak wel het hele oppervlak. Haal je tijdens het rollen het rolletje niet van de deur, dan werkt dit het beste en krijg je zo min mogelijk banen.
    Procedure afrollen:
    -zet de roller plusminus 10 cm onder de bovenzijde van deur
    -rol naar de bovenzijde toe, zonder de bovenrand van de deur te raken (scherpe rand)
    -rol direct luchtig door naar beneden in een min of meer rechte lijn
    -rol licht diagonaal weer naar boven zodat je de vorige baan deels overlapt
    -vervolgens weer recht naar beneden en weer licht diagonaal omhoog
    -zo ga je door tot je de hele deur hebt afgerold
    -tijdens bovenstaande procedure haal je de roller -in principe- niet van de deur, zodat je geen aanzetten krijgt.

    Nog aandacht voor:
    -kijk eventueel andere artikelen over schilderen nog even door
    -gebruik een rolletje met één afgeronde kant. Leg de druk bij het rolle aan de afgeronde kant, zodat je geen baarden/strepen krijgt
    -verwijder deurbeslag, zodat je vlot door kunt werken
    -schilder eerst de kopse kant en boven- en onderrand van de deur
    -dek de vloer goed af
    -verwijder stof in de omgeving

    Succes – Mvg – Sjaak

  2. hoi ik ben op een klus deuren aan het schilderen met een zijde glans lak op terpetine basis, su2 satin van sigma, de vraag is het maakt niet uit waar ik de verf mee rol vilt of schuim of kwast de deur krijgt een sinaasappelhuid wat is hier de oorzaak van? de deuren zijn luxe board deuren, heb ook al met verdunning geprobeerd maar niets helpt.

    alvast bedankt vriendelijke groet ron gromme

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *